In de laatste week van februari zijn in Vlaanderen drie nieuwe gevallen van IBR-insleep bevestigd. Daarnaast lopen er nog verschillende concrete verdenkingen. Dit meldt Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) in haar nieuwsbrief.
De nieuwe gevallen bevestigen volgens DGZ dat de IBR-situatie in Vlaanderen niet stabiel is. Sinds begin januari contacteerde DGZ meer dan 200 rundveebedrijven wegens een mogelijk verhoogd risico op IBR. De recent bevestigde gevallen zijn via deze gerichte opvolging opgespoord. “Dit onderstreept het belang van verhoogde waakzaamheid en gerichte opvolging om insleep zo vroeg mogelijk te detecteren. Samen met de sectorpartners roept DGZ opnieuw op tot verhoogde alertheid, vooral bij runderen die in de handel zijn geweest, en tot een consequente toepassing van bioveiligheidsmaatregelen op elk rundveebedrijf”, zo meldt de diergezondheidsorganisatie.
Nieuwe gevallen IBR-insleep in West-Vlaanderen en Limburg
De afgelopen week zijn volgende gevallen van IBR bevestigd:
- Vleesveebedrijf in Koekelare: opgespoord via een epidemiologische link met een naburig bedrijf waar in januari een geval van IBR-insleep werd bevestigd.
- Vleesveebedrijf in een deelgemeente van Halen: opgespoord via een epidemiologische link met diertransport. Het bedrijf staat in nauw contact met een niet-conventioneel afmestbedrijf.
- Vleesveebedrijf in de regio Tielt: opgespoord via een epidemiologische link met een naburig bedrijf waar in januari een geval van IBR-insleep werd bevestigd.
Daarnaast lopen er nog enkele concrete verdenkingen in Oost- en West-Vlaanderen (regio Tielt-Lotenhulle en regio Brugge). Voor deze bedrijven worden momenteel alle noodzakelijke stappen gezet om snel duidelijkheid te krijgen. Het IBR-statuut van de betrokken bedrijven is daarnaast voorlopig opgeschort. “Deze recente gevallen tonen nogmaals aan dat de IBR-situatie in Vlaanderen escaleert”, stelt DGZ.
Epidemiologisch onderzoek door DGZ en FAVV met focus op ‘verhoogd risico’
Op alle betrokken bedrijven loopt het epidemiologisch onderzoek verder, in nauwe samenwerking tussen DGZ en het FAVV om beter inzicht te krijgen in de mogelijke oorzaak en het tijdstip van de insleep, met als doel verdere verspreiding te proberen voorkomen.
Waakzaamheid
Zolang het IBR-virus circuleert, blijven volgens DGZ alertheid van iedereen en een consequente toepassing van bioveiligheidsmaatregelen essentieel. “Deze oproep geldt voor álle rundveebedrijven, en in het bijzonder voor bedrijven die dieren aankopen en voor bedrijven in de regio Tielt, gezien de opeenvolgende gevallen daar.“
Belangrijke preventieve maatregelen:
- Correcte isolatie van aangekochte dieren.
- Alert blijven op klinische symptomen die op IBR kunnen wijzen.
- Verdachte situaties onmiddellijk bespreken met de bedrijfsdierenarts, zodat tijdig stalen kunnen worden genomen.
Snelle detectie, correcte opvolging en nauwe samenwerking tussen veehouder, dierenarts en DGZ zijn bepalend om verdere verspreiding zo snel mogelijk in te dijken.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




