De af-boerderijprijzen van melk laten een scherpe daling zien, maar die prijsdruk werkt beperkt door in de productenprijs en nauwelijks in de consumentenprijs. Dat blijkt uit recente indexcijfers over november 2025.
Volgens cijfers van Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam de consumentenprijsindex (CPI) van zuivel in november 2025 uit op 134 punten (2020=100). Daarmee bleef de CPI gelijk aan oktober en iets onder september. De producentenprijsindex (PPI) daalde daarentegen ruim 4% ten opzichte van september en ruim 6% vergeleken met november 2024. De prijsindex af boerderij (API) zakte zelfs naar 136 punten: –17% ten opzichte van september en –16% jaar-op-jaar.
Verschillen tussen zuivelproducten
Binnen de CPI zijn duidelijke verschillen zichtbaar. Verse halfvolle en magere melk heeft de laagste prijsindex. Waar dit product in 2017–2022 gelijk opliep met andere zuivel, daalde de prijs tussen mei 2023 en november 2024 met 14%, terwijl andere producten stabieler bleven. Een verklaring is dat de prijs van verse melk de af-boerderijprijs directer volgt. Sinds eind 2024 is herstel zichtbaar, maar minder sterk dan de eerdere stijging van de af-boerderijprijs. Vanaf september 2025 daalt de CPI van verse melk opnieuw.
Houdbare melk en yoghurt staan op 136 punten; kaas op 137 punten en is daarmee het duurste zuivelproduct voor de consument.
Overaanbod drukt API en PPI
De sterke daling van API en PPI hangt samen met een wereldwijd overaanbod van rauwe melk. In het derde kwartaal van 2025 groeide de melkproductie in de zeven grootste exportregio’s (EU, VS, Nieuw-Zeeland, Australië, Brazilië, Argentinië en Uruguay) met 3,4%, de grootste stijging sinds het einde van het EU-melkquotum in 2015.
Nederland liet de sterkste toename zien: bijna +8% in oktober 2025 ten opzichte van het vorige kwartaal. Ook Duitsland (+6%) en Frankrijk (+5%) groeiden fors. Deze aanbodschok drukt producenten- en af-boerderijprijzen, terwijl de CPI door vertraagde doorberekening hoog en stabiel blijft.
Waarom groeide het aanbod zo snel?
Drie factoren spelen samen:
- Wegvallen van blauwtong als beperkende factor, met herstel van productie en verschoven afkalfmomenten.
- Gunstig weer in september–oktober 2025, met meer weidegang en hogere productie.
- Hoge melkprijzen in voorjaar en zomer, waardoor veehouders veestapels aanhielden.
Vraag blijft achter
Tegelijkertijd stagneerde de vraag. De feestdagenseizoensvraag was eind oktober al grotendeels ingevuld en hogere consumentenprijzen drukten de afzet. Ook op importmarkten zoals China en de VS bleef de vraag laag.
Volgens sectorexperts van RaboResearch houden de lage melkprijzen waarschijnlijk aan tot midden/eind 2026. Voor 2026 wordt een sterke afvlakking van de productiegroei verwacht, naar circa 0,12%. Pas bij duidelijk minder groei en prijsniveaus die de vraag opnieuw prikkelen, kan de markt richting historische gemiddelden herstellen tegen het einde van 2026.
Bron: Agrimatie




