Wanneer een groot deel van de mastitis gevallen op uw bedrijf voorkomt in de eerste maanden na afkalven en daarnaast wordt veroorzaakt door omgevingsgebonden mastitiskiemen, zoals E.coli en Streptococcus uberis, is het aan te raden het management van de droge koeien groep eens extra onder de loep te nemen.
Verband droogstaande koeien en uierontsteking
Droogstaande koeien produceren tijdelijk geen melk meer, en daardoor ontsnappen ze op veel bedrijven meer dan eens aan de aandacht van de veehouder. Waar bij de melkkoeien vaak meerdere keren per dag een ronde door de stal wordt gedaan waarbij ligboxen schoon worden gemaakt, roosters mestvrij worden gemaakt en er aandacht wordt besteed aan de leefomgeving van de koe, wordt er bij de droge koeien in de regel minder aandacht besteed aan hun huisvesting. Dit terwijl veel nieuwe zichtbare (klinische) mastitisgevallen tijdens de eerste 100 dagen in lactatie, hun oorsprong vinden in de droogstand. In verschillende wetenschappelijke studies is het verband tussen de droogstand en een uierontsteking begin lactatie aangetoond, zoals onderstaande grafiek laat zien:

Cases of bovine mastitis infections on the dry period vs on lactation.
A.J. Bradley. Vet. Clin. Food Anim. 20. (2004) 547-568
Zichtbaar is dat het overgrote deel van de uierontstekingen in de eerste 2-3 maanden na afkalven is ontstaan in de droogstand. Bij het ontstaan van uierontstekingen in de droogstand, vormt met name het begin van de droogstand en de periode kort voor en direct na afkalven een hoger risico op het ontstaan van een nieuwe ontsteking, zoals in onderstaande grafiek is weergegeven.

Cases of bovine mastitis infections on the dry period vs on lactation.
A.J. Bradley. Vet. Clin. Food Anim. 20. (2004) 547-568
Afweersysteem droge koeien
Tijdens de eerste periode van de droogstand vinden er veel veranderingen in het uier plaats. In plaats van meerdere keren per dag gemolken te worden, en daarmee ook meerdere keren per dag de uitspoeling van bacteriën uit het uier, moet de koe nu omschakelen naar een status waarin er geen productie van melk meer plaatsvindt. De melk die in deze periode nog aanwezig is in het uier, zal door het afweersysteem van de koe opgeruimd moeten worden. Hierdoor kan het afweersysteem minder goed reageren op ziekteverwekkers. Daarnaast vormen deze melkresten een prima voedingsbodem voor bacteriën in het uier. Ook het laatste deel van de droogstand vormt een risico voor het ontstaan van uierontstekingen. Doordat de melk/biest productie eind van de droogstand weer op gang komt, wordt er bij een aantal koeien al enkele dagen voor afkalven melklekken gezien. Het tepelkanaal is dan niet meer gesloten en hierdoor is het gemakkelijker voor een bacterie dit kanaal te passeren.
De infecties die in de droogstand of kort na afkalven ontstaan kunnen zich in een groot gedeelte van de gevallen schuil houden in het uier. Wanneer de weerstand van de koe laag is, bijvoorbeeld op de top van de lactatie, kan zo’n infectie plots zichtbaar worden in de vorm van een uierontsteking. Vanwege het verhoogde risico op een uierontsteking begin lactatie (door een infectie die dus al is opgelopen in de droogstand), moet bij de droge koeien de leefomgeving zo optimaal en hygiënisch mogelijk zijn. Alleen op deze manier kan de infectiedruk vanuit de omgeving zo laag mogelijk worden gehouden, net als bij de melkgevende koeien.
Huisvesting van droge koeien
De droge koeien worden op ieder bedrijf weer anders gehuisvest. Het ene bedrijf werkt met een groepsstrohok, het andere bedrijf heeft ligboxen voor zijn droge koeien. Wat hygiëne betreft, heeft elke vorm van staltype zijn eigen vorm van management nodig. Voldoende vaak instrooien met schoon en droog materiaal zijn van belang bij elk staltype. Los van de gebruikte ligboxvulling of het staltype speelt vooral de bezetting een grote rol in de controle van infecties door omgevingskiemen. Voor ligboxstallen geldt maximaal 1 koe per ligbox, voor grote strohokken geldt dat droogstaande koeien gemiddeld 10m2 / koe aan ruimte nodig hebben. Rond afkalven is dit zelfs 13-18m2 / koe. Een te klein strohok kan de infectiedruk van kiemen uit de omgeving sterk verhogen. Met name Streptococcus uberis staat erom bekend dat deze bacterie goed kan gedijen in bevuild stro, waardoor het strohok een bron van infectie met deze kiem kan vormen. Voor groepsstrohokken geldt dan ook de norm van 10kg vers stro per koe per dag om de infectiedruk laag te houden. Daarnaast zijn voor een goede weerstand van de droge koeien ook de ruimte aan het voerhek, de watervoorziening en een passend rantsoen met voldoende mineralen van groot belang.
Door te vaccineren minder mastitis!
Naast het nemen van managementmaatregelen om het risico op infectie zo klein mogelijk te maken, kan vaccinatie met UBAC® het aantal klinische uierontstekingen door Streptococcus uberis verminderen en de ernst van een mastitis door Streptococcus uberis doen afnemen. Vaccinatie met Startvac® zal (verse) koeien beschermen tegen E. coli infecties. Beide bacteriën staan er om bekend ernstige acute mastitis te veroorzaken met grote melkproductieverliezen tot gevolg voor de gehele lactatie! Wilt u ook meer informatie over de mogelijkheden om uw koeien beter te beschermen tegen mastitis? Neem dan contact op met 1 van de rundveedierenartsen van HIPRA middels het contactformulier.





