Melkveehouders hebben in de eerste helft van 2026 een deel van hun financiële buffers moeten aanspreken door de lagere melkprijs. Toch bleef de terugval in liquiditeit volgens ABN AMRO beperkt. De bank ziet inmiddels de eerste tekenen van herstel op de zuivelmarkt en verwacht dat de melkprijs rond de jaarwisseling weer richting een kostendekkend niveau beweegt. Voor 2027 zijn de vooruitzichten gunstiger.
Dat schrijft ABN AMRO in de nieuwe ‘Stand van de Agrarische sector’. Na enkele financieel sterke jaren is het beeld in de agrarische sector in 2026 meer gemengd. De melkveehouderij profiteert daarbij nog van de reserves die in de periode 2023 tot en met 2025 zijn opgebouwd.
Liquiditeit daalt met gemiddeld 13.000 euro
De melkprijs daalde in de eerste helft van 2026 tot circa 40 euro per 100 kilogram melk en lag daarmee volgens ABN AMRO onder de kostprijs. Dat betekende dat melkveehouders moesten interen op hun reserves.
Uit transactiedata van ABN AMRO van meer dan duizend gespecialiseerde melkveebedrijven blijkt dat de gemiddelde liquiditeitspositie in het eerste halfjaar met ongeveer 13.000 euro afnam. Hogere melkvolumes beperkten de terugval. Ook de inkomsten uit vee en aanwas lagen 15 procent hoger. Daarnaast stelden melkveehouders uitgaven en investeringen uit.
Eerste herstel zichtbaar op zuivelmarkt
Inmiddels ziet ABN AMRO de eerste tekenen van herstel op de zuivelmarkt. De prijzen van verschillende zuivelgrondstoffen lopen op. Tegelijkertijd hebben de lagere prijzen de Europese export gestimuleerd, waardoor opgebouwde voorraden van onder meer kaas en boter geleidelijk afnemen.
Een snel herstel verwacht de bank echter niet. De mondiale melkaanvoer is nog altijd ruim en vooral de grote botervoorraden remmen de markt. ABN AMRO verwacht desondanks dat de melkprijs de komende maanden stapsgewijs stijgt. Rond de jaarwisseling kan de prijs volgens de bank weer richting een kostendekkend niveau bewegen.
Droogte drukt kwaliteit ruwvoer
Aan de kostenkant vormt de ruwvoerpositie een aandachtspunt. De droogte heeft de kwaliteit van het ruwvoer volgens ABN AMRO geen goed gedaan. Regen in september kan nog zorgen voor een goede laatste snede gras. Daardoor hoeft niet iedere melkveehouder extra ruwvoer aan te kopen.
Bij snijmais is het beeld minder gunstig. De kwaliteit ligt door de droogte op veel plaatsen duidelijk lager dan in voorgaande jaren. ABN AMRO verwacht dat hierdoor de vraag naar snijmais kan toenemen, met mogelijk hogere prijzen tot gevolg.
Fosfaatrechten en mestafzet blijven kostbaar
Ook fosfaatrechten kunnen dit jaar stevig op de liquiditeit drukken. Volgens ABN AMRO staan er relatief veel koeien in de Nederlandse stallen. Bedrijven die meer produceren dan binnen hun beschikbare rechten past, moeten daarom rechten bijkopen.
Het aanbod van fosfaatrechten is volgens de bank zeer beperkt door de afroming van 30 procent en de verschillende beëindigingsregelingen. Hierdoor is de prijs opgelopen tot meer dan 250 euro per kilogram fosfaat.
Daarnaast blijven de mestafzetkosten hoog. Daarbij ziet ABN AMRO grote regionale verschillen. Vooral in het noorden en oosten van Nederland liggen de kosten hoger door een gebrek aan opslag- en mestverwerkingscapaciteit. Daar staat tegenover dat de inkomsten uit de verkoop van rundvee en kalveren historisch gezien op een gunstig niveau liggen. De bank verwacht wel dat deze prijzen de komende zes maanden wat afkoelen.
Liquiditeit komende maanden stabiel
Per saldo verwacht ABN AMRO dat de liquiditeitspositie van melkveebedrijven de komende zes maanden stabiliseert. De verwachte stijging van de melkprijs en de uitbetaling van Europese GLB-toeslagen zorgen richting het einde van het jaar voor enige verlichting.
Volgens de bank is dat echter niet voldoende om de verliezen over heel 2026 goed te maken. Voor 2027 ziet ABN AMRO meer perspectief. Als het herstel van de zuivelmarkt doorzet en de melkprijs weer boven de kostprijs uitkomt, ontstaat volgens de bank opnieuw ruimte voor een positief rendement.
Sterke jaren zorgen voor buffer
Dat melkveebedrijven de huidige terugval relatief goed kunnen opvangen, hangt volgens ABN AMRO mede samen met de financieel sterke jaren tussen 2023 en 2025. In die periode hebben veel agrarische bedrijven reserves opgebouwd. Ook is de financieringsdruk afgenomen doordat investeringen deels uit eigen middelen zijn betaald.
Tegelijkertijd ziet de bank een keerzijde aan de lage investeringsbereidheid. Onzekerheid over vergunningen en natuur- en waterbeleid heeft investeringen in onder meer nieuwe stallen en stalaanpassingen afgeremd. Dat versterkt op korte termijn de financiële positie, maar kan volgens ABN AMRO op langere termijn de productiviteit, innovatie en verduurzaming van bedrijven belemmeren.
Tekst: Corinne Hanse
Bron: ABN AMRO




