Mortellaro komt op bijna alle melkveebedrijven voor. De mate waarin veehouders het onder controle hebben verschilt sterk. De sleutel tot succes is een structurele aanpak die past bij jou als melkveehouder, en bij je bedrijfsvoering.
DLV Advies en Royal GD hebben in oktober en november vanuit het project ‘Doorkijk op een gezonde productie’ zes workshops gehouden over klauwgezondheid, met het accent op Mortellaro. Deze pijnlijke huidaandoening is voornamelijk veroorzaakt door Treponema, een belangrijke groep van bacteriën die betrokken zijn bij deze pijnlijke huidaandoening. Deze bacterie gedijt heel goed in mest en verspreidt zich van koe tot koe wanneer de huid bij de klauw in contact komt met besmette mest.
Tankmelkmonsters
Melkveehouders die deelnamen aan de workshops, konden van tevoren een tankmelkmonster laten onderzoeken op Treponema-antistoffen, vertelt Laura Haarman van GD. Daarbij onderscheidt GD drie categorieën: weinig, veel en zeer veel antistoffen. Deze categorieën zijn gebaseerd op het aantal dieren met een zogeheten M2-letsel (het acute, pijnlijke stadium van Mortellaro) dat gemolken is. Zo’n tankmelkmonster is een goede indicatie voor de mate waarin Mortellaro een rol speelt op het bedrijf.
Bedrijven met weinig antistoffen doen het al goed. Grofweg kunnen we zeggen dat minder dan vijf procent van de koeien die in de tank zijn gemolken een M2-letsel heeft, volgens Laura. “Probeer dat zo te houden door de insleep te beperken. Daarmee bedoel ik: wees strikt met de bedrijfshygiëne en voer geen dieren aan”, luidt haar advies. Aanvoer van besmette koeien is een van de belangrijkste routes waarbij Mortellaro het bedrijf binnenkomt. Ook andere materialen of schoeisel van bezoekers waar mest aan kan zitten, moet je buiten de deur zien te houden.
Bedrijfshygiëne
Heb je veel antistoffen, dan komen M2-letsels voor bij vijf tot twintig procent van de koeien. Hier is het belangrijk om de infectie beheersbaar te houden door een goede bedrijfshygiëne en regelmatig een voetbad of andere ontsmettingsmethode toe te passen. Bij ‘zeer veel’ antistoffen zijn er meestal meer dan 20 procent koeien met acute infecties, die individueel behandeld moeten worden en niet door het voetbad mogen. De meest gebruikte voetbadoplossingen irriteren de wonden te veel.
Laura schat in dat bijna alle melkveebedrijven in Nederland bekend zijn met Mortellaro. Wie precies wil weten hoe het ervoor staat op het eigen bedrijf, kan overwegen om tijdens het melken bij elke koe de klauwen schoon te spuiten, en eventueel met behulp van een spiegeltje te controleren op Mortellaro. Veel werk, erkent Laura, maar het geeft goed inzicht. “Ik heb het voor een onderzoeksproject wekelijks gedaan op een bedrijf en dit geeft veel inzicht. Je zit er kort bovenop, en kunt de koeien direct separeren en individueel behandelen. Een intensieve, maar zeer effectieve methode.’’
‘Hoe houd je het beheersbaar?’
“We krijgen vaak de vraag: hoe kom je ervan af? Maar er helemaal vanaf komen is eigenlijk haast niet mogelijk”, meent ze. “Het gaat er vooral om: hoe houd je Mortellaro beheersbaar op jouw bedrijf?” De aanpak begint met een goede bedrijfshygiëne. “Schone en droge roosters en boxen met een goed ligcomfort, zodat de klauwen zo min mogelijk in contact komen met mest”, licht Laura toe. “Mest is de voornaamste besmettingsbron.
Op grupstallen komt Mortellaro nauwelijks tot niet voor.” Daarbij is het ook belangrijk om koeien met Mortellaro tijdig te signaleren en individueel te behandelen in de klauwbekapbox. Denk daarbij ook aan bekapmessen: ontsmet het mes voordat je de volgende koe bekapt, tipt Laura. Preventief klauwbekappen is belangrijk, zodat de koeien niet te plat op de poten komen te staan, en dus minder snel in contact komen met mest.
Voeding
Gerelateerd aan de mest verdient ook de voeding aandacht. “Je moet voorkomen dat koeien dun op de mest raken. Dunne mest spat meer op, en verhoogt de kans op een Mortellaro-infectie.” Vaak zie je dat koeien bij te snelle rantsoenwisselingen dun op de mest raken, waardoor Mortellaro weer de kop op steekt, stelt ze. “Zorg dus voor een stabiel rantsoen, met voldoende vitaminen en mineralen voor een goede weerstand.”
Kalk strooien
Kalk strooien in het ligbed kan ook helpen om de bacterie (en mastitisverwekkers) onder de duim te houden. Het is wel belangrijk dat je de pH niet té ver laat oplopen. Laura pleit voor het gebruik van gewone landbouwkalk, met een pH tussen de 9 en maximaal 10. Hoger (te basisch) is irriterend voor de huid, zowel de uier- en speenhuid als de tussenklauwhuid en de huid boven de kroonrand.
Fokkerij
Ook fokkerij is een aandachtspunt, volgens Laura. “De gevoeligheid voor Mortellaro is deels genetisch, echter is het te beïnvloeden door fokkerijkeuze. Het belangrijk bij stierkeuze op gevoeligheid voor Mortellaro te letten en hierop te selecteren. Daarnaast is het een afweging om koeien die chronisch Mortellaro hebben niet verder mee te fokken en af te voeren.” Het jongvee is ook een aandachtspunt. “Als je jongvee vrij is van Mortellaro, wil je dat zo houden. Dus houd je jongvee in ieder geval apart van je melkvee. Denk er ook aan dat niet dezelfde roosterschuif of mestrobot daar de roosters schuift, en denk aan je eigen hygiëne; niet met vieze laarzen of overall naar jongvee en vice versa.”
‘Consequent blijven doen’
Mortellaro is al heel lang een bekend probleem. De meeste boeren weten dat een schone en droge stalvloer, en regelmatig voetbaden helpen om Mortellaro beheersbaar te houden. “Maar je moet dat wel consequent doen. Als je aandacht erop even minder wordt, steekt het zo de kop weer op”, waarschuwt Laura. “Het vergt continu aandacht; je moet er consequent mee bezig blijven. Een structurele aanpak biedt de beste resultaten, maar als het te ingewikkeld wordt, houd je het niet vol.”
Bron: DLV Advies




