Nog niet zo lang geleden kon je als melkveehouder redelijk nauwkeurig berekenen wat er aan het eind van het jaar onderaan de streep over zou blijven. In de volatiele melkmarkt is dat vandaag de dag een stuk lastiger. Tijdens de inleiding Data aan het roer op de Agridagen in Ravels werd duidelijk dat moderne melkveehouders door anders te sturen betere resultaten kunnen halen. Zoals Tjebbe Huybrechts het noemt: niet managen met de achteruitkijkspiegel, maar vooruitkijken met data.
Tjebbe Huybrechts van CRV schetste hoe je op drie manieren kunt omgaan met data. De eerste manier is beschrijvend: wat is er gebeurd? Productiecijfers, celgetal, vruchtbaarheid, voerefficiëntie bijvoorbeeld zijn waardevolle indicatoren, maar ze kijken vooral terug.
De tweede is voorspellend: wat gaat er gebeuren? Met de enorme hoeveelheid beschikbare data en de inzet van AI kunnen prestaties steeds beter worden voorspeld. Denk aan verwachte genetische aanleg, toekomstige melkproductie of gezondheidsrisico’s.
De derde is voorschrijvend: wat ga ik doen? Data helpen niet alleen om trends te zien, maar ook om gerichte keuzes te maken. Niet langer eenzijdig maximaliseren, maar optimaliseren binnen economische, ecologische en sociale randvoorwaarden.
“Door slim gebruik te maken van voorspellende data ben je niet aan het managen met de achteruitkijkspiegel, maar kijk je vooruit”, aldus Huybrechts.
Praktijk: sturen op genetica én jongveeplanning
Een melkveehouder die deze manier van werken in de praktijk toepast, is Gert Geraerts uit Bree. Hij boert op een bedrijf met 220 melkkoeien en jongvee in combinatie met een akkerbouwtak. Sinds hij in 2010 in het bedrijf stapte, verschoof de focus van boeren tegen lage kosten, met gebruik van eigen stieren naar gericht sturen op genetische vooruitgang.
Aanvankelijk werd bij de inzet van KI geselecteerd op basis van fokwaarden (LW). Maar dat leidde soms tot gemiste kansen: een vaars met een lage lactatiewaarde werd geïnsemineerd met een Belgische Blauwe. Maar diezelfde vaars kon aan het eind van de lactatie op een LW van 120 zitten. Een koe met een goede lactatiewaarde werd geïnsemineerd met een fokstier. Maar secundaire kenmerken werden niet meegenomen in de selectie. Is het wel zo verstandig een koe met een hoge lactatiewaarde te insemineren met een fokstier als juist die koe structurele uierproblemen heeft?
De kracht van data
Met de komst van genoomgeteste stieren en merkertesten veranderde dat. Alle kalveren worden getest en gerangschikt op basis van het fokdoel. Het resultaat laat zich zien in de praktijk: de beste kalveren van vijf jaar geleden op het bedrijf zijn nu gemiddeld en het niveau van de veestapel stijgt zichtbaar. Opvallend is dat ondanks de hogere productie het vervangingspercentage is gedaald.
Maar de kracht van data zit niet alleen in genetische vooruitgang. Geraerts gebruikt voorspellende data ook voor zijn jongveeplanning. Hij weet exact hoeveel vaarzen zijn aangehouden, hoeveel dieren drachtig zijn en hoeveel kalveren worden verwacht. “Ik mik op vijftig kalveren om op te fokken. De afgelopen zes maanden waren het er 23 en er worden er komende zes maanden nog 25 verwacht. Dat zijn er 48, dus geen reden tot paniek. Maar als ik zie dat het er 45 worden, verlaag ik het aandeel Belgisch Blauw.”
Van reageren naar anticiperen
Dat is voorschrijvend werken in de praktijk: tijdig bijsturen in plaats van twee jaar later constateren dat er te weinig vaarzen zijn. Het levert niet alleen betere technische resultaten op, maar ook gemoedsrust.
Met uitdagingen rond vergunningen, mestafzet en voerbeschikbaarheid is het volgens Geraerts soms juist strategisch om minder jongvee aan te houden. Data geven daarbij houvast. Door vooruit te rekenen, lopen beslissingen niet achter de feiten aan. Data zijn dus geen doel op zich, maar een stuurinstrument. Wie ze slim inzet, verschuift van reageren naar anticiperen.
Tekst en beeld: Gerben Hofman




