Het melkveebedrijf van Reijer den Hartog in Kollum stond lange tijd in het teken van groei. Er werden grond en bedrijven bijgekocht en stallen bijgebouwd. Het aantal melkkoeien steeg naar 780. Nu ligt de focus vooral op optimalisatie. “We zetten de puntjes op de i”, vertelt bedrijfsleider Tjesse Minkes. In de optimalisatieslag speelt het koemonitoringssysteem CowManager een belangrijke rol.
Minkes ontvangt ons in de ruime kantine naast de 40 stands carrouselmelkstal van DeLaval. In deze binnenmelker worden twee keer per dag zo’n 780 koeien gemolken. Den Hartog levert de melk aan A-ware voor de Albert Heijn-melkstroom, waarbij extra duurzaamheidseisen gelden. Denk hierbij aan verplichte weidegang, een rantsoen met minimaal 70 procent gras en een melkproductie van maximaal 18.000 kilogram per hectare. Dit jaar gaat er 7,3 miljoen liter melk van het bedrijf in Kollum de AH-melkstroom in. Het bedrijf telt nu 430 hectare land, waarvan 390 hectare grasland. Dankzij diverse eco-activiteiten zit het bedrijf in ‘goud’ binnen de eco-regeling van het GLB. Om de kringloop nog verder rond te maken, verrijst binnenkort op het Friese bedrijf ook nog een monomestvergister, die uit dagverse mest uit de nieuwste melkveestal groen gas gaat produceren.

Eiwit uit gras beter benutten
De gemiddelde melkproductie per koe ligt momenteel op 9.635 kilogram met 4,47 procent vet en 3,80 procent eiwit. “Eiwit is één van de zaken waar we de afgelopen jaren op hebben geoptimaliseerd. Dit onder andere door een strikter inkuilbeleid. We maaien de eerste snee eerder dan voorheen en daarna strak om de vier weken. We kuilen droger in en doen er bij het voeren wel water bij. Zo maken we het eiwit beter benutbaar. We zien het eiwitpercentage in de melk stijgen en het ureumgetal zit onder de 15. Dus het lukt goed.” De koeien krijgen dagelijks een TMR-rantsoen met voornamelijk kuilgras aangevuld met mais en diverse melen. Aan individuele krachtvoerverstrekking doet het bedrijf niet. Het melkveebedrijf van Den Hartog heeft drie locaties. Naast de hoofdlocatie in Kollum, waar het melkvee en het jongvee tot 7 maanden staat, heeft het bedrijf twee jongveelocaties in eigen beheer. Zes weken voor afkalven wordt het jongvee naar de hoofdlocatie gehaald. Minkes vertelt dat het werk op de jongveelocaties wel meevalt. “Het zijn de normale werkzaamheden, zoals voeren en ’s avonds een controlerondje door de stal. ’s Ochtends en ’s avonds insemineren we.”
Oorsensor vertelt veel
Net als bij het melkvee hoeft er bij het jongvee niet veel aandacht te worden besteed aan tochtwaarneming. De pinken krijgen namelijk op een leeftijd van 12 maanden een sensor van CowManager aan één van de oormerken bevestigd. De sensoren meten activiteit, oortemperatuur, vreet- en herkauwgedrag. Via antennes in de stal komen de gegevens terecht op de pc en de smartphone van de veehouder en zijn medewerkers. Is er een dier tochtig, dan krijgt de veehouder een melding. Per dier wordt zelfs aangegeven wat het optimale inseminatiemoment is. Maar ook als er iets afwijkt op het gebied van voeding of gezondheid krijgt de veehouder een melding. “Dit werkt prima zo. Al onze koeien hebben ook een sensor van CowManager aan het oor hangen.”

Veel informatie
CowManager werd op het bedrijf al gebruikt voordat Minkes zo’n 7 jaar geleden op het bedrijf kwam. “Toen was het koppel koeien ook al relatief groot en dan zoek je naar oplossingen om alle koeien toch elke dag goed in beeld te hebben”, vertelt Minkes. Sinds de ingebruikname vaart het bedrijf blind op de tochtmeldingen en maakt ook gebruik van andere mogelijkheden die er in de loop der tijd bij zijn gekomen. Denk hierbij aan de diergezondheidsmodule, de voedingsmodule en de transitiemodule. De diergezondheidsmodule geeft op basis van oortemperatuur en gedrag aan of een koe iets mankeert. Al voor er klinische symptomen zijn, geeft het systeem de veehouder al een seintje om poolshoogte te nemen. “Wij zien nu twee tot drie dagen eerder of een koe iets mankeert. Zo kun je eerder behandelen en ook volgen of de behandeling vruchten afwerpt. Je bent grotere problemen voor. Dit bespaart werk, kosten en is gunstig voor je dierdagdosering”, is de ervaring van Minkes. Daarnaast maakt de gezondheidsmodule het mogelijk om op basis van gedrag en oortemperatuur per individueel dier scherp te volgen hoe het herstel zich na elke behandeling ontwikkelt. De voedingsmodule geeft inzicht in het vreetgedrag. “Hier kun je bijvoorbeeld goed mee volgen hoe een rantsoenwisseling uitpakt. Wat is de invloed op de vreettijd en op de herkauwtijd? Is de herkauwtijd bijvoorbeeld relatief lang? Dan weet je dat je een traag rantsoen hebt. Is de herkauwtijd lang en zijn koeien weinig actief? Dat kan duiden op pensverzuring. Door continue de herkauwtijd te meten, kom je veel te weten over je koeien.” De transitiemodule van CowManager helpt de veehouder om risicokoeien in de transitieperiode snel te herkennen. Het geeft de melkveehouder handvaten om typische transitieziektes zoals ketose of Mastitis in een vroeg stadium aan te pakken. “De transitieperiode verloopt bij ons doorgaans erg goed. Nageboortes gaan er makkelijk af en de opstart verloopt vlekkeloos. CowManager bevestigt dit”, stelt Minkes.
Meldingen goed interpreteren
De bedrijfsleider is heel tevreden over CowManager en zou andere veehouders zeker een dergelijk systeem aanraden. “Zie het als een extra medewerker die dag en nacht de dieren in de gaten houdt.” Hij vertelt wel dat je als veehouder wel altijd zelf je verstand moet gebruiken en meldingen goed moet interpreteren. Medewerkers van CowManager helpen daar bij de start ook mee. Ook stelt hij dat je ondanks de inzet van technologie ook altijd zelf moet blijven nadenken. “Vermoed je dat een koe bij insemineren niet goed tochtig is, laat haar dan nog maar even lopen. Het kan ook een voortocht zijn geweest. Op dat moment insemineren kan zonde zijn van het rietje, aldus Minkes, die veelal gesekst sperma inzet. Het bedrijf zit qua inseminatiegetal nu rond de 1,8 en Minkes vindt dat belangrijker dan de tussenkalftijd, die op het bedrijf rond de 380 dagen ligt. “Wij zijn niet bang dat we ze niet drachtig krijgen en laten ze rustig nog even lopen als we twijfelen. Bovendien zijn de koeien heel persistent. Ze geven lang door. Elke dracht is bovendien een ballast voor de koe.”

Verder optimaliseren
De komende jaren gaat het bedrijf verder met optimaliseren. Zo wordt in de stal bijvoorbeeld ook Herdvision ingezet voor de Body Condition Score en voor de locomotiescore. Dat laatste is verplicht vanuit de AH-melkstroom, maar stond ook al op het wensenlijstje van bedrijfseigenaar Den Hartog zelf. “Er zit nog altijd meer potentie in de koeien. Die willen we benutten. Een systeem als CowManager is daarbij ook onmisbaar”, besluit Minkes.
Tekst en beeld: Gerben Hofman





