Het vertrouwen van melkveehouders in hun eigen onderneming is in het tweede kwartaal van 2026 afgenomen en bedraagt nu -4 punten. De index bleef hiermee voor het vierde achtereenvolgende kwartaal onder het langjarige gemiddelde van 11 punten. Twee van de vier keer waren de scores negatief.
Het vertrouwen onder melkveehouders staat opnieuw onder druk. Lagere opbrengsten, hogere kosten en onzekerheid over onder meer mestafzet, ruwvoer en grondprijzen wegen steeds zwaarder op het sentiment. Tegelijkertijd zijn melkveehouders over de komende maanden iets minder somber. Wat verklaart die tegenstrijdige ontwikkeling?

Negatief vertrouwen melkveehouders
Het vertrouwen van melkveehouders in hun eigen onderneming is in het tweede kwartaal van 2026 afgenomen met 11,2 punten en bedraagt nu -4,3 punten. De index bleef hiermee voor het vierde achtereenvolgende kwartaal onder het langjarige gemiddelde van 11 punten.
De stemmingsindex, die al sterk afnam in het laatste kwartaal van 2025, nam nog eens 10 punten af in het tweede kwartaal van 2026. De index komt daarmee uit op 12,1 punten en lag hiermee ruim onder het langjarige gemiddelde van 22,5 punten. De indicator met betrekking tot de verwachting voor de middellange termijn, die zich in het eerste kwartaal van 2026 met 15 punten herstelde, viel terug naar -17,6 punten in het tweede kwartaal van 2026.

Volgens sectordeskundige Jakob Jager van Wageningen Social & Economic Research is de daling van het vertrouwen niet toe te schrijven aan één specifieke oorzaak, maar aan een combinatie van factoren. Zo neemt de totale melkaanvoer in Nederland af, terwijl zuivelfabrieken melk blijven importeren om de verwerking op peil te houden. Dat zet volgens Jager druk op de melkprijs.
Tegelijkertijd zijn de kosten voor mestafzet fors gestegen. Ook de droogte van het afgelopen kwartaal speelt een rol. De droogte zorg voor een tekort aan ruwvoer, waardoor het aanbod krapper wordt en de prijzen oplopen. Daarnaast stijgen de brandstofprijzen weer.
Volgens Jager leidt deze combinatie ertoe dat melkveehouders rekening houden met verder oplopende kosten, terwijl de opbrengsten achterblijven. Ook de hoge grondprijzen spelen daarbij een rol. Die maken eventuele grondgebondenheid heel kostbaar.
Conjunctuurindex terugkijkend
Door de sterk gedaalde melkprijs en de hogere kosten voor mestafzet, brandstof en vaste lasten in 2025 en begin 2026 kijken ondernemers in het tweede kwartaal van 2026 zeer negatief terug op de afgelopen twaalf maanden. Vrijwel alle indexcijfers liggen ruim onder het gemiddelde. Alleen de productie vormt daarop een uitzondering. Ten opzichte van het eerste kwartaal van 2026 liet alleen de kostenindex een minder sterke daling zien. De totale conjunctuurindex kwam in het tweede kwartaal uit op ruim -47 punten. Daarmee bereikte de index het laagste niveau sinds de start van de metingen.
Conjuctuurindex richting de toekomst
Melkveehouders zijn in het tweede kwartaal van 2026 positiever geworden met hun verwachtingen voor de komende twaalf maanden. De index nam met bijna 6 punten toe in het tweede kwartaal en op alle onderdelen zijn melkveehouders positiever geworden. Kosten en opbrengsten zijn het meest gestegen in het opzicht dat het beter gaat worden de aankomende maanden. Per saldo ligt de conjunctuurindex met -14 punten nog wel onder het gemiddelde, maar het blijft een positief vooruitzicht.
Vertrouwen biologische sector daalt, maar hoger dan reguliere sectoren
De vertrouwensindex van ondernemers in de biologische sector is in het tweede kwartaal gedaald naar 15,5 punten. Daarmee blijven biologische ondernemers van alle sectoren het meeste vertrouwen houden in hun eigen onderneming. Ondanks de daling ten opzichte van het vorige kwartaal ligt het vertrouwen nog altijd boven het langjarig gemiddelde.
Tekst en bron: Agrimatie




