De Europese Commissie heeft op 7 juli een nieuwe veehouderijstrategie gepresenteerd. Het doel dat de Commissie erin stelt is duidelijk: de veehouderij in Europa moet ook op de lange termijn sterk, winstgevend en toekomstbestendig blijven. Zeker — hier is een bredere versie voor alle veehouders: melkvee-, vleesvee-, varkens-, pluimvee-, schapen-, geiten- en andere veehouderijbedrijven.
De veehouderijsector speelt een grote rol in de voedselvoorziening, op het platteland en in de Europese economie. Tegelijk staat de veehouderij onder druk door stijgende kosten, strengere eisen, dierziekten, klimaatverandering, maatschappelijke verwachtingen en veranderende markten. Deze uitgangspunten zijn het vertrekpunt van de nieuwe Veehouderijstrategie. Met deze strategie wil Europa veehouders helpen om beter met die uitdagingen om te gaan.
5 belangrijke punten
De strategie omvat 5 belangrijke punten:
1. Beter voorbereid zijn op crises
Veehouders moeten sneller kunnen herstellen na problemen zoals dierziekten, extreme weersomstandigheden of verstoringen op de markt. De Europese Commissie wil daarom betere hulpmiddelen voor risicobeheer. Ook wordt gekeken naar nieuwe vormen van verzekeringen en herverzekeringen. Daarnaast wil Brussel lidstaten helpen om dierziekten sneller op te sporen en beter te bestrijden. Voor veehouders betekent dit meer aandacht voor preventie, bedrijfszekerheid, biosecurity en het beperken van financiële risico’s.
2. Een concurrerende sector, ook buiten Europa
De Europese veehouderij moet kunnen blijven concurreren, zowel binnen Europa als wereldwijd. Daarbij wil de Commissie inzetten op innovatie, betere toegang tot financiering en een eerlijker inkomen voor boeren. Ook wil Europa meer aandacht voor gelijke regels in de handel met landen buiten de EU. Als Europese veehouders aan hoge eisen moeten voldoen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid, dan wil de Commissie dat producten van buiten Europa daar ook beter mee vergeleken worden. Oneerlijke concurrentie door goedkopere importproducten blijven een grote zorg.
3. Duurzamer produceren, maar wel passend bij de praktijk
De Commissie wil dat de veehouderij duurzamer wordt, maar erkent ook dat elk bedrijf, elke diersoort en elke regio anders is. Er komt aandacht voor het verminderen van emissies, beter nutriëntenbeheer, efficiënter gebruik van voer en grondstoffen, klimaatmaatregelen en kringloopoplossingen. Ook wil de EU betere methoden ontwikkelen om uitstoot op bedrijfsniveau te berekenen. Dit kan betekenen dat er meer nadruk komt op slim voeren, mestmanagement, energiebesparing, diergezondheid, stalinrichting en beter gebruik van reststromen. Belangrijk is dat veranderingen volgens de Commissie gepaard moeten gaan met voldoende tijd, praktische uitvoerbaarheid en financiële ondersteuning.
4. Veehouderij behouden in kwetsbare regio’s
In sommige gebieden dreigt landbouw te verdwijnen. De Europese Commissie wil juist kijken hoe duurzame veehouderij daar behouden of teruggebracht kan worden. Veehouderij zorgt in veel plattelandsgebieden namelijk voor werk, economische activiteit, onderhoud van landschap en behoud van lokale voorzieningen. Daarom wil Europa onder meer inzetten op lokale ketens, regionale verwerking, kleinschalige of mobiele slachtvoorzieningen en minder diertransport.
5. Europese kwaliteit beter zichtbaar maken
Europa wil de kwaliteit van Europese veehouderijproducten sterker uitdragen. Denk aan betere herkomstetikettering, erkenning van hoge standaarden en promotie van Europese producten.
De Commissie wil Europese producten beter in de markt zetten, bijvoorbeeld via kwaliteitslabels, geografische aanduidingen, biologische productie en campagnes zoals ‘Buy European.’
Een belangrijk onderdeel van de strategie is ook dat Europa minder afhankelijk wil worden van ingevoerde grondstoffen. Dat geldt vooral voor eiwitten, zoals soja en andere eiwitrijke voedermiddelen. Daarom komt er ook een Protein Action Plan. Daarmee wil de EU de teelt en het gebruik van Europese eiwitgewassen vergroten.
Voor veehouders kan dit invloed hebben op voerstrategieën, beschikbaarheid van grondstoffen, voerkosten en de samenstelling van rantsoenen. Denk aan meer aandacht voor Europese eiwitbronnen, reststromen, gras, veldbonen, erwten, lupinen en andere alternatieven.
Wat gaat het in de praktijk opleveren?
De komende jaren zal duidelijk worden hoe deze plannen worden omgezet in concrete maatregelen. De strategie kan invloed krijgen op voer, investeringen, duurzaamheidseisen, diergezondheid, marktpositie en inkomensondersteuning. Onduidelijk is wat en wanneer daar iets van te merken is op het Europese boerenerf.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




