Vooruitstrevend, steeds een stukje beter, en met oog voor mens, dier en milieu. Die woorden zijn van toepassing op Wouter Slob in Giessenburg. Met zijn toetreding tot de VOF, die hij samen runt met vader Anne en ooms Fokke en Cees, introduceerde Wouter diverse nieuwe ideeën voor de kaasboerderij. Samen met DLV Advies worden die nu op de rit gezet.
De familie Slob runt aan de Hoefweg West in Giessenbrug een van de grotere boerderij-kaasmakerijen van Nederland. Momenteel melken ze nog tweehonderd koeien, en zijn er 130 stuks jongvee. Alle melk verkazen ze zelf, onder de naam Kaas van Boer Slob. Daarnaast wordt nog eenzelfde volume aangekocht en verkaasd. In totaal zijn er dertig medewerkers.
‘Dan moet je gewoon toehappen’
Maar het bedrijf van de buurman is onlangs te koop gekomen. “En dan moet je gewoon toehappen”, zegt Wouter (36). De aankoop biedt op diverse manieren kansen. Zo kan de VOF Slob straks met 80 melkkoeien erbij meer zelfvoorzienend worden voor melk. Het plan is daarnaast om de locatie van de buurman straks te gebruiken voor de opfok van jongvee, en om alle melkkoeien op de thuislocatie te huisvesten. “We hebben vorig jaar in samenspraak met DLV Advies vier melkrobots gezet; dan zitten die met 280 koeien mooi vol”, meent Wouter. Het is afwachten of het ook gaat combineren met weidegang, maar dat is wel het streven.
Mestvergister rendabeler
Met een koppel van 280 koeien wordt ook het verdienmodel voor de geplande mestvergister een stuk gunstiger dan bij de oorspronkelijke 200 stuks, vertelt Wouter. “We willen biogas produceren en die gebruiken in de stoomketel, voor het kaasproces. Daarmee kunnen we ons eigen gasverbruik reduceren. En biogas wat over is, kan eventueel naar een naburig cluster”, is de verwachting. De terugverdientijd komt hiermee op vier à vijf jaar, schat hij in.
Vertical farm
Na het vergisten wordt het digestaat gescheiden in een dikke en een dunne fractie. Die dunne fractie kan dan worden benut voor de vertical farm, die Wouter in de planning heeft. “Ik wil daarin gras gaan telen, en dan niet telkens de matten eruit halen en opnieuw inzaaien, maar het gras maaien”, legt hij uit. Met dat idee heeft hij de Dutch Dairy Challenge-award gewonnen. Hij hoopt binnenkort een proefopstelling te realiseren. Op termijn moet er een loods van 100 bij 50 meter worden ingericht, waar jaarrond gras geteeld kan worden. “Vers gras heeft 15 procent meer voederwaarde dan kuilgras. En bovendien kunnen we dan het hele jaar door graskaas maken”, geeft hij aan. “En in de vertical farm kan de dunne fractie ook niet uitspoelen naar het grondwater.”
Extensief graslandbeheer en notengaard
Als er jaarrond vers gras beschikbaar is, kan het reguliere grasland extensiever worden beheerd. Dat is goed voor de natuur, motiveert Wouter. “En mijn plan is om op de buurlocatie ook een notengaard aan te leggen, met hazelnoten, amandelen en pecannoten. Van die notenmelk kunnen we dan vegetarische kaas maken.” Op de tweede locatie wil hij ook de eigen stiertjes gaan afmesten, onder meer op de eigen wei. Zo worden de verschillende reststromen mooi tot waarde gebracht.
Snel gegroeid
De afgelopen drie jaar is de kaasmakerij snel gegroeid. Sinds enige tijd wordt er gewerkt met een tweeploegendienst. Van ‘s ochtends vier uur tot ‘s avonds acht wordt er kaas gemaakt, zeven dagen in de week. Daardoor is de kaasopslagruimte te krap geworden; er is inmiddels een vergunning verleend voor uitbreiding van de kaasopslag. Ook is er vorig jaar al een kelder gebouwd voor de zuivering van het afvalwater uit de kaasmakerij. Het bedrijf is namelijk niet aangesloten op het riool. “Ook dat afvalwater kunnen we straks toepassen in de vertical farm”, schetst Wouter.
Fijne sparringpartner
Bij alle plannenmakerij werkt de VOF Slob steeds nauw samen met DLV Advies. DLV Advies verzorgt al jaren de bouwtekeningen en vergunningaanvragen, vertelt Wouter. “Maar we sparren ook met hen als het gaat om de businesscase voor de mestvergister, of voor het zelf afmesten van vee”, geeft hij aan. “En we hebben straks twee locaties kort bij elkaar. Hoe passen die NB-vergunningen in elkaar, wat is er vergunningstechnisch mogelijk? En hoe zit dat met woonruimte voor ons personeel?”
Korte lijntjes met de gemeente
Al dat soort vragen worden besproken met hun vaste adviseur Christiaan de Ruijter. “En als hij iets niet weet, dan is er wel een collega van hem met kennis van zaken”, ervaart Wouter. Wat ook prettig is, is dat DLV Advies hele korte lijntjes heeft met de gemeente en provincie, zegt de ondernemer. “Voor alle zaken waar je als veehouder niet dagelijks mee te maken hebt, is DLV Advies een fijne sparringpartner.” En zo werken de VOF Slob en DLV Advies samen aan duurzame ontwikkeling van het bedrijf. Wouter: “Ik zie ons bedrijf als een sociaal-economische entiteit. Er moet uiteraard geld worden verdiend, maar we hebben ook dertig mensen aan het werk. Het is ook een sociaal gebeuren. Als wij goed zijn voor ons personeel, is het personeel ook goed voor ons. Ons streven is dan ook optimale harmonie met de mensen, de dieren en de natuur om ons heen.”
Bron: DLV Advies
Beeld: Ter illustratie




