Een dataset van bijna 400 melkveehouders over tien jaar biedt inzicht in bodem, stikstof en emissies. VK-Oost (vereniging Kringloop Oost) bundelde deze gegevens in een rapport en analyseerde trends en verschillen tussen bedrijven. Daarbij ligt de nadruk op wat werkt in de praktijk en waar nog verbeteringen mogelijk zijn. Tegelijkertijd gebruikt de vereniging de melkveedata in leerprogramma’s voor agrariërs. Dit zijn de belangrijkste bevindingen en lessen uit het rapport.
Dataset als basis voor leren en sturen
De dataset bevat onder meer KringloopWijzer-gegevens en bodem- en gewasanalyses van aangesloten bedrijven. Daardoor ontstaat een langdurig en praktijkgericht beeld van prestaties in de melkveehouderij. Daarnaast wordt de data gebruikt in het leerprogramma, bijvoorbeeld tijdens bedrijfsbezoeken waarbij deelnemers elkaars resultaten vergelijken. Tegelijkertijd werkt de vereniging samen met partners zoals overheden en adviesbureaus om de kennisbasis te verbreden.
VK-Oost, ontstaan uit een project in 2013 en sinds 2020 een vereniging, richt zich op grondgebonden agrariërs in Oost-Nederland. Het doel is een beter toekomstperspectief, waarbij het sluiten van nutriëntenkringlopen centraal staat.
Bodem en nutriënten
Uit de analyse blijkt dat informatie over nutriënten ruim beschikbaar is, terwijl kennis over bodemverdichting en bodemleven achterblijft. Daardoor ontstaat een minder compleet beeld van de bodemkwaliteit. Volgens de vereniging vraagt dit om aanvullende data en onderzoek.
De beschikbaarheid van nutriënten is over het algemeen op orde. Echter, de fosfaatbeschikbaarheid is hoog en licht dalend, wat aandacht vraagt. Daarnaast blijkt de beschikbaarheid van zwavel in het voorjaar een aandachtspunt. Hierdoor ontstaat volgens VK-Oost ruimte voor gerichte optimalisatie van bemesting en bodembeheer.
Stikstofoverschot en nitraatrichtlijn
Het stikstofbodemoverschot laat een lichte daling zien. Dat betekent dat er op een deel van de bedrijven nog ruimte is voor verbetering. Bedrijven met lagere overschotten combineren een hogere gewasopbrengst met minder bemesting en een betere bodemvruchtbaarheid. Deze bedrijven benutten bij maisteelt de stikstof uit voorgewas en groenbemester veel beter.
Verder voldoet circa 90 procent van de bedrijven in normale jaren aan de Europese nitraatrichtlijn. In droge jaren daalt dit aandeel naar ongeveer 70 procent. Vervolgens kan een deel van deze groep met relatief eenvoudige maatregelen alsnog voldoen, terwijl een andere groep verdere stappen moet zetten om uitspoeling te beperken.
Emissies: daling zichtbaar, verschillen blijven
De ammoniakemissie is gemiddeld met bijna 10 procent afgenomen. Tegelijkertijd zijn er duidelijke verschillen tussen bedrijven. Volgens VK-Oost hangen lagere emissies samen met onder meer een lager ruw eiwitgehalte in het rantsoen, extensievere bedrijfsvoering en meer weidegang.
Ook de uitstoot van broeikasgassen laat een dalende trend zien. Daarbij speelt voerefficiëntie een belangrijke rol. Minder jongvee, minder krachtvoer en het gebruik van bijproducten dragen hieraan bij. Hoewel intensieve bedrijven vaak gunstig scoren, blijkt dit volgens de analyse niet doorslaggevend.
Richting doelsturing
De analyse biedt aanknopingspunten voor verdere ontwikkeling richting doelsturing. Daarbij staat maatwerk centraal, afgestemd op bedrijf en regio. Tijdens een bijeenkomst verwoordde een deelnemer dit als volgt: “Je wil een doel halen op een manier die bij jou past. Als persoon, op jouw locatie met jouw bedrijf en jouw management. En dat er per gebied doelen worden vastgesteld. Dat je samen tot die doelen komt en daarvoor gaat. Dat het aan de ene kant generiek is, aan de andere kant gebiedsspecifiek en nog eens een keer bedrijfsspecifiek.”
Volgens VK-Oost onderstrepen de resultaten dat data kan helpen bij het formuleren van haalbare en gerichte doelen.
Tekst: Groen Kennisnet




