De prijs van agrarische grond in Nederland blijft sterk stijgen. In 2025 kwam de gemiddelde grondprijs uit op 95.400 euro per hectare, bijna 10.000 euro, ofwel 11,8 procent meer ten opzichte van 2024. In het vierde kwartaal werd zelfs een gemiddelde grondprijs van 104.700 euro per hectare gerealiseerd, het hoogste kwartaalniveau ooit gemeten.
NVM Makelaars verwachten voor 2026 een vergelijkbare ontwikkeling met stabiele tot licht stijgende grondprijzen. Daarmee komt een jaargemiddelde van 100.000 euro per hectare snel dichterbij.
Grondmarkt blijft zeer krap
De grondmarkt blijft zeer krap door structureel meer vraag dan aanbod. Grond is gemiddeld binnen twee maanden verkocht. NVM Makelaars geven de verkoopbaarheid van agrarische grond dan ook een 9 en die van grondgebonden bedrijven een 7 of hoger. Naast agrariërs zijn ook overheden en andere partijen actief op de grondmarkt voor onder meer woningbouw, natuur en infrastructuur. ‘Grond blijft voor veel ondernemers de meest zekere investering,’ zegt Jos Ebbers, voorzitter van NVM Agrarisch & Landelijk.
‘Ondanks onzekerheden in beleid en regelgeving zien we dat agrariërs juist nu grond willen veiligstellen voor de toekomst van hun bedrijf. Hierdoor blijft de druk op de grondmarkt onverminderd groot.’ De gemiddelde agrarische grondprijzen in 2025 lopen per regio sterk uiteen van 70.500 euro in het Noordelijk Weidegebied tot 175.800 euro per hectare in de IJsselmeerpolders.


Agrarische bedrijven goed verkoopbaar in krappe markt
De agrarische sector kende in 2025 een gemengd economisch beeld, maar de markt voor agrarisch vastgoed bleef relatief sterk. Politieke besluitvorming rond stikstof, mest en ruimtelijke ordening blijft een onzekere factor. Door het beperkte aanbod van kwalitatief goede bedrijven bleef het aantal transacties vrijwel gelijk: in 2025 werden 264 agrarische bedrijven verkocht, ongeveer evenveel als een jaar eerder. Het aantal te koop staande bedrijven daalde echter van 275 naar een krappe 250. ‘De vraag naar goed renderende en vergunde bedrijven blijft groot,’ aldus Ebbers: ‘zodra een courant bedrijf op de markt komt, is er vaak direct serieuze belangstelling.’
Akkerbouwland duurder
Het prijsverschil tussen akkerbouwland en grasland blijft aanzienlijk, maar werd dit jaar wel kleiner. Grasland blijft met gemiddeld 86.400 euro per hectare goedkoper dan akkerbouwland, maar maakt wel een inhaalslag. De prijs steeg met bijna 14 procent ten opzichte van een jaar eerder. De afbouw van de derogatie vergroot de behoefte aan extra mestplaatsingsruimte, wat de vraag naar grasland vergroot. In het zuiden is de hectareprijs voor grasland het hoogst, met meerdere regio’s waar de prijs boven de 100.000 euro uitkomt.
In 2025 passeerde de gemiddelde prijs van akkerbouwland voor het eerst de grens van 100.000 euro per hectare. De jaarprijs kwam uit op ruim 107.000 euro per hectare, een stijging van 7,1 procent ten opzichte van 2024. Dit is opvallend, aangezien de opbrengsten in de akkerbouw, met name bij aardappelen, onder druk stonden door overaanbod. In het noorden ligt de hectareprijs voor akkerbouwland nog rond de 80.000 euro. In alle andere gebieden ligt de prijs gemiddeld boven de 100.000 euro. In Limburg en Noord-Brabant werd deze grens in 2025 voor het eerst overschreden.
Akkerbouwland is structureel duurder dan grasland. Dat komt mede door de hogere opbrengstpotentie en het beperkte aanbod van goede akkerbouwgrond. In drie van de veertien landbouwregio’s bestaat het areaal namelijk grotendeels uit grasland, waardoor hier amper akkerbouwlandtransacties plaatsvinden. Bovendien vraagt de aankoop van akkerbouwland gemiddeld om een grotere investering. In 2025 werd bij grasland 2,8 hectare per transactie gekocht, tegenover 4,1 hectare bij akkerbouwland. Door de hogere hectareprijs en de grotere percelen ligt het totale aankoopbedrag per transactie dus fors hoger.
Melkveehouderij: dynamisch jaar met onzeker vooruitzicht
Voor melkveehouders verliep 2025 wisselend. Het jaar begon met hoge melkprijzen en goede marges, maar in het tweede halfjaar daalde de melkprijs sterk door een productieoverschot. Tegelijkertijd namen de mestafzetkosten fors toe door mestoverschotten en afbouw van de derogatie. Deze dynamiek is zichtbaar in de transactiecijfers. In 2025 werden 53 melkveehouderijen verkocht, tegenover 70 in 2024. Het aantal bedrijven dat eind 2025 te koop stond daalde naar 29. Toch steeg de gemiddelde verkoopprijs van 4,0 naar 4,4 miljoen euro, mede door de stijgende grondprijzen en de grote vraag naar bedrijven met een geldige Natuurbeschermingswet-vergunning. Deze NB-vergunning is de natuurvergunning die bepaalt of en hoeveel stikstof een melkveehouderij mag uitstoten richting Natura-2000-gebieden. Voor 2026 wacht de sector een moeilijk jaar met een lage melkprijs en aanhoudende mestproblematiek.
Intensieve veehouderij: zeer weinig aanbod
In de intensieve veehouderij blijft het aanbod historisch laag. In 2025 werden slechts 19 bedrijven te koop gezet, waaronder vijf pluimveebedrijven en zeven varkenshouderijen. Door opkoop- en saneringsregelingen stoppen bedrijven en die verdwijnen van de markt. En dankzij goede bedrijfsresultaten zijn eigenaren nauwelijks bereid om hun bedrijf te verkopen. ‘De combinatie van sectorkrimp, sterke vraag naar producten en strengere stikstofregels maakt dat bedrijven met de juiste vergunningen schaars én waardevol zijn,’ zegt Ebbers. Dit zorgt voor fors oplopende prijzen, terwijl de kopers op zoek zijn naar schaalvoordelen.
Bron: NVM




