De afbouw van derogatie vraagt om andere keuzes in de mestverdeling op het bedrijf. Minder stikstof uit dierlijke mest per hectare betekent dat elke kuub telt. Hoe pak je dat aan in de praktijk? Tijdens een interview vroeg DLV Advies het aan Erik Mosterman, adviseur Mest & Mineralen bij DLV Advies.
Erik, wat verandert er concreet als je in 2026 zonder derogatie moet werken?
“Het belangrijkste verschil is dat je uitgaat van lagere stikstofnormen uit dierlijke mest. Waar eerder normen van 200 of 230 kilo stikstof per hectare gebruikelijk waren, ga je nu rekenen met 170 kilo stikstof per hectare. Dat vraagt om een andere manier van plannen.”
Waar begin je met rekenen?
“Mijn uitgangspunt is altijd: eerst het bouwland. Bouwland kun je meestal maar één keer bemesten in het voorjaar, terwijl grasland meerdere momenten kent. Daarom is het logisch om eerst te bepalen hoeveel stikstof je op het bouwland kwijt wilt en kunt.”
Hoe bepaal je hoeveel mest daar naartoe kan?
“Dat begint bij weten wat er in je mest zit en hoeveel kilogram stikstof heeft het gewas dat je teelt nodig? Door te bemonsteren – (Dit gebeurt soms eventueel in combinatie met afvoeren) – krijg je inzicht in de samenstelling. Op basis daarvan reken je uit hoeveel kuub drijfmest er naar het bouwland kan. Ook vaste mest neem je daarin mee. Op veel bedrijven gaat mijn voorkeur ernaar uit om die vaste mest vooral op het bouwland toe te passen.”
Waarom juist op het bouwland?
“Op zandgrond werkt vaste mest goed voor de bodemstructuur van het bouwland. Door vaste mest op het bouwland uit te rijden zorg je ervoor dat hier meer organische stof naar toe gaat. Daarnaast voorkom je dat je met vaste mest in het grasland sneller resten in de graskuil krijgt. Dat is iets waar je in de praktijk rekening mee wilt houden.”
En wat gebeurt er met de mest die je dan overhoudt?
“Als je het bouwland hebt doorgerekend, houd je op jaarbasis het aantal kuubs over, mits er geen mest afgevoerd hoeft te worden voor het grasland. Houd natuurlijk ook rekening met weidegang. De mest die de koeien of jongvee zelf naar het land brengen hoeft een veehouder natuurlijk niet te doen. En daarnaast is deze mest niet beschikbaar in de mestput voor uitrijden. De kuubs die je dan overhoudt verdeel je dan over de grasland percelen. In de praktijk zie je vaak giften van 20 tot 25 kuub in het voorjaar, gevolgd door nog een keer 15 tot 20 kuub later in het seizoen.” Weide percelen kunnen in het voorjaar overgeslagen worden of een kleinere portie krijgen. Dit is afhankelijk van de keuze van de ondernemer. Plat gezegd mag er zonder derogatie 170 kilogram stikstof gemiddeld per hectare uit gereden worden. Dit komt forfaitair overeen met 42,5 kuub rundveedrijfmest.
Is die verdeling voor elk perceel hetzelfde?
“Nee, dat is echt een bedrijfs- en perceel keuze. Je kunt ervoor kiezen om zwakkere percelen wat extra te geven in de hoop op meer opbrengst. Maar je kunt ook juist investeren in de betere percelen, omdat daar de extra stikstof direct wordt omgezet in productie en voederwinning. Daarnaast moet er natuurlijk rekening gehouden worden met weidegang. De verdelingskeuze hangt dus ook behoorlijk af van hoe je als ondernemer naar je percelen kijkt.” Elke ondernemer kent zijn eigen percelen natuurlijk het beste.
Speelt de verhouding grasland–bouwland nog een rol nu derogatie verdwijnt?
“Zeker. De eis van 80% grasland vervalt, Nu is het dus weer mogelijk om meer bouwland te creëren. Hier ligt natuurlijk weer de keuze bij de ondernemer. Maar boven de 75% grasland blijven bied nog wel een paar voordelen voor de ondernemer. Bijvoorbeeld omdat je dan niet verplicht bent om een derde van je bouwland met een ander hoofdgewas in te vullen. Ook dat neem je mee in de totale afweging.” Het bouwland moet nog steeds wel aan de rustgewas- en rotatie eis voldoen. Dat eens in de 4 jaar dit wel een keer gebeurt op perceel niveau.
Wat is volgens jou de kern van bemesten zonder derogatie?
“Vooruitdenken en rekenen. Niet uitgaan van oude normen, maar vanuit de nieuwe situatie kijken: wat kan waar, en wat levert het op? Door eerst het bouwland scherp te plannen en daarna het grasland doelgericht te bemesten, blijft er ook zonder derogatie ruimte om het maximale uit je mest en je percelen te halen.” Weet wat in je mest zit voor gehaltes en stuur later bij door middel van kunstmest als dat nodig is. Overweeg ook verschillende soorten kunstmest zodat en scherp bemest kan worden voor het beste resultaat.
Bemesten zonder derogatie, wat betekent dat voor jouw bedrijf?
Erik helpt dagelijks veehouders en akkerbouwers bij het maken van praktische keuzes. Heb je een vraag of wil je inzicht in de mogelijkheden voor jouw percelen? Laat het weten via onderstaand formulier en wij nemen contact met je op om de mogelijkheden te bespreken. “Geen enkel bedrijf en ondernemer is gelijk! Dus er moet en kan altijd een passend plan gemaakt worden”, aldus Erik.
Bron: DLV Advies

