De mestcrisis van 2026 voelt voor veel melkveehouders als een kantelpunt. Niet omdat mest ineens ‘nieuw’ is, maar omdat 2026 het eerste jaar is zonder derogatie en overal de norm van 170 kilogram stikstof per hectare geldt. Daardoor wordt het voor meer bedrijven onvermijdelijk om (extra) mest af te voeren, precies in een markt die al krap is.
Waarom 2026 een kantelpunt is in de mestcrisis
De kern van de mestcrisis is niet één maatregel, maar een opstapeling van:
1. Afnemende plaatsingsruimte
Door de afbouw van de derogatie daalt de hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest die per hectare mag worden aangewend. Dat betekent simpel gezegd: minder ruimte om eigen mest op eigen grond te plaatsen. Voor veel melkveebedrijven leidt dit direct tot extra mestafvoer.
2. Strengere gebruiksnormen
Naast de derogatie-afbouw worden gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat verder aangescherpt in bepaalde regio’s. Vooral in zand- en lössgebieden daalt de toegestane stikstofgift sneller.
Gevolg: bedrijven moeten meer mest afvoeren of zoeken naar alternatieven.
3. Regionale mestoverschotten
In regio’s met veel intensieve veehouderij ontstaat structureel meer mest dan lokaal geplaatst kan worden. Transport naar akkerbouwgebieden wordt duurder en logistiek complexer. Dat zet de mestmarkt onder druk.
4. Oplopende afvoerkosten
Door krapte op de mestmarkt stijgen de kosten voor mestafzet. In sommige regio’s lopen prijzen sterk uiteen, afhankelijk van vraag, aanbod en transportafstand.
Voor melkveehouders betekent dit:
- Hogere variabele kosten
- Meer onzekerheid in contractvorming
- Minder flexibiliteit in bedrijfsvoering
Wat kunt u als melkveehouder nu doen?
Er is geen one-size-fits-all, maar er zijn wel keuzes die bijna altijd helpen om minder kwetsbaar te worden:
Maak afzet eerder zeker (en kleiner in risico):
Wacht u tot “het moet”, dan gaat u mest afvoeren op het moment dat meer collega’s ook moeten. Juist daarom zijn tijdige afspraken en een plan B voor opslag/transport waardevol. In de praktijk wordt ook gesignaleerd dat extra opslag wel kan helpen met timing, maar het lost het structurele probleem niet op: uiteindelijk moet mest alsnog een bestemming krijgen.
Maak uw mest- en bemestingsplan “hard”:
Niet alleen voor de administratie, maar als stuurinstrument: hoeveel ruimte verwacht u, welke percelen eerst, welk risico heeft u bij een nat voorjaar, en wanneer wilt u afzet geregeld hebben? De overheid en RVO benadrukken het belang van bemestingsplan.
RENURE: kans op verlichting, maar geen snelle oplossing voor 2026
Tussen alle druk op de mestmarkt speelt nog een andere optie: RENURE. RENURE (REcovered Nitrogen from manURE) gaat over bewerkte mestproducten waarbij stikstof in minerale vorm wordt teruggewonnen. Onder voorwaarden kunnen deze producten worden ingezet als kunstmestvervanger.
Op Europees niveau is het kader vastgesteld om RENURE boven de 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare toe te staan, mits wordt voldaan aan strikte eisen rond waterkwaliteit en emissies.
Als RENURE-producten daadwerkelijk breder worden toegestaan en praktisch toepasbaar zijn, kan dat de plaatsingsruimte op termijn verruimen en de druk op de mestmarkt verlichten.
In dit artikel gaan we dieper in op wat RENURE precies inhoudt, welke voorwaarden gelden en wat dit betekent voor melkveehouders.
Veelgestelde vragen
Is derogatie in 2026 echt helemaal weg?
Ja. Vanaf 2026 geldt in heel Nederland de basisnorm van 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare en kan geen derogatie meer worden aangevraagd.
Waarom lopen mestafvoerkosten zo hard op?
Door een combinatie van minder plaatsingsruimte (o.a. einde derogatie) en marktdruk richting het uitrijdseizoen, plus regionale capaciteit en weersinvloeden.
Wat zijn realistische mestprijzen begin 2026?
Er zijn grote regionale verschillen. Uit onderzoek van DCA Market Intelligence blijken van circa €30/kuub (zuid) tot circa €38/kuub (noordoost), met verwachtingen dat het kan dalen bij gunstig weer maar ook hoog kan blijven bij natte omstandigheden.
Hoe groot is de daling van de derogatienorm geweest richting 2026?
De daling verschilt per gebied, maar is in alle gevallen fors geweest.
In door nutriënten verontreinigde gebieden (230-gebieden):
- 2022: 230 kg stikstof per hectare
- 2023: 220 kg N/ha
- 2024: 210 kg N/ha
- 2025: 190 kg N/ha
- 2026: 170 kg N/ha
Dat betekent een totale daling van 60 kg stikstof per hectare tussen 2022 en 2026.
In overige gebieden (voorheen 250-norm):
- 2022: 250 kg N/ha
- 2023: 240 kg N/ha
- 2024: 230 kg N/ha
- 2025: 200 kg N/ha
- 2026: 170 kg N/ha
Hier bedraagt de totale daling zelfs 80 kg stikstof per hectare. Voor een melkveebedrijf met bijvoorbeeld 80 hectare grond kan een daling van 80 kg stikstof per hectare neerkomen op 6.400 kg stikstof minder plaatsingsruimte per jaar. Afhankelijk van de stikstofinhoud van de mest kan dat tientallen kuubs extra mestafvoer betekenen.
Waar vind ik de exacte uitrijdperiodes voor mest in 2026?
Die staan overzichtelijk beschreven in dit artikel.
Waarom is waterkwaliteit zo bepalend in dit verhaal?
De overheid koppelt het afbouwen/stoppen van derogatie nadrukkelijk aan het feit dat de waterkwaliteit in Nederland onvoldoende is.
Tekst: Stefan Zwaneveld




