We zijn gewend geraakt om landbouwproblemen op te lossen met middelen: kunstmest bij een tekort, supplementen bij een gebrek, medicijnen bij ziekte. Maar wat als het landschap zelf weer meegaat werken? Tijdens een webinar van Groen Kennisnet op 26 februari 2026 vertellen agroforestry-specialist Jacob Haalstra, kringloopboer Jan Woudstra en onderzoeker naar duurzame landbouw Heleen van Kernebeek hoe agro-ecologische oplossingen landbouw en biodiversiteit kunnen versterken.
“We moeten met elkaar nadenken over hoe we ons voedselsysteem kunnen verduurzamen. De impact van de landbouw verlagen lukt niet alleen met agroforestry – het integreren van bomen en struiken in landbouwsystemen – maar het kan er wél flink aan bijdragen,” vertelt Heleen van Kernebeek. Van Kernebeek is onderzoeker dierlijke productiesystemen bij Wageningen Livestock Research en is auteur van onder andere de Factsheet Agroforestry: Stappenplan voor een ontwerp op een melkveebedrijf. Volgens haar vraagt verduurzaming om een andere manier van kijken: “We zijn gewend geraakt om verstoringen kunstmatig op te lossen, met middeltjes. Werken aan biodiversiteit is een agro-ecologische oplossing. Ik denk dat we meer die kant op moeten.”
Agro-ecologische maatregelen
Agroforestry kent meerdere doelen: verbetering van bodem- en waterkwaliteit, koolstofvastlegging, het creëren van luwte en schaduw voor dieren, het toevoegen van voedselmogelijkheden voor dieren zoals bladeren en twijgen, verfraaiing van het landschap, versterking van de biodiversiteit en de productie van noten, fruit of hout.
Een concreet voorbeeld van een agro-ecologische maatregel is de voederhaag. Zo’n haag combineert verschillende soorten struiken en bomen die extra voeding en schuilplekken bieden voor koeien en andere dieren. Zes jaar geleden legde melkveehouder Jan Woudstra een voederhaag aan op zijn bedrijf. “Voederhagen zijn voor mij iets wat ik zelf kan doen en waarbij ik direct resultaat zie,” zegt hij. “Mijn koeien maken er actief gebruik van, het erf oogt groener en de haag vormt een leefgebied voor insecten en vogels. Deze combinatie vormde voor ons de motivatie om een voederhaag aan te leggen.”
Samenwerking tussen landbouw en natuur
Belangrijk is dat agro-ecologische oplossingen, zoals een voederhaag, geen losstaand element in een landschap zijn, volgens Van Kernebeek. “Als je de enige boer in de omgeving bent met een voederhaag, dan ben je een biodiversiteitseiland. Het werkt veel beter als meer boeren meedoen.”
Woudstra herkent dat beeld. “We moeten af van de labels en meer samenwerken,” zegt hij. “We kunnen geen tweedeling maken tussen landbouw en natuur. We hebben voedsel nodig en we moeten het samen doen.” Hij wijst op de vele kale betonnen wanden langs sleufsilo’s. “Stimuleer veehouders om daar een mooie haag te planten. Als we dat allemaal doen, scheelt dat enorm. Je hoeft geen biologische boer te zijn om een prachtige haag op je erf te zetten.” Volgens Woudstra wordt er vaak negatief gedacht over agrariërs, maar hij ziet juist veel bereidheid. “Ik zie veel agrariërs die uit zichzelf meer biodiversiteit willen aanplanten. We gebruiken veel stikstofkunstmest en onze uitstoot kan anders. Een groot aandeel daarin is het voer. Als we onze koeien anders voeren, kunnen we minder uitstoten en verbeteren we de bodemgezondheid.”
Tegelijkertijd waarschuwt hij voor kortetermijndenken. “We moeten oppassen dat we niet iets nieuws bedenken waarvan we over twintig jaar denken: dat hadden we nooit moeten introduceren.”
Dieren (w)eten wat ze nodig hebben
Agroforestry is niet alleen goed voor bodem en landschap, maar kan ook direct bijdragen aan diergezondheid. “Elke melkveehouder die ik spreek meldt dat koeien eten van struiken en hagen”, vertelt Jacob Haalstra, agrarisch bedrijfsadviseur met een specialisatie in Agroforestry-systemen. “De functie daarvan is alleen veel minder bekend.” Tijdens het webinar beschrijft hij hoe koeien na het afkalven gericht aten van kornoeljestruiken, die bekendstaan om hun hoge calciumgehalte. “Dat is te verklaren: net gekalfde koeien hebben een hogere calciumbehoefte.” In een ander voorbeeld zochten schapen met blauwtong wilgenbladeren op, die bekendstaan om hun pijnstillende werking. “Hoe mooi zou het zijn als we dat bewust kunnen inzetten?”
Een voederhaag is altijd een mix van soorten, legt Haalstra uit. “Zet verschillende planten en bomen neer met uiteenlopende nutriënten. Kijk ook naar wat er al in de omgeving groeit: wat daar goed groeit, gaat meestal lukken.” Om te bepalen welke bomen je aanplant kunnen veehouders ‘De juiste boom op de juiste plek’-tabellen van Agroforestry Netwerk Nederland raadplegen. Beheer is daarbij essentieel. “Het liefst geef je koeien telkens een nieuw stukje van de heg, zodat bladeren kunnen aangroeien. Dat werkt hetzelfde als in een beweidingssysteem.”
Verdienmodel of waarde?
Op de vraag naar het verdienmodel van zijn voederhaag is Woudstra duidelijk: “Dat is er niet. Ik doe dit niet voor extra inkomen.” Opvallend genoeg krijgt hij die vraag vooral van beleidsmakers en adviseurs, niet van collega-melkveehouders. “Andere melkveehouders vragen vooral: wat hebben mijn koeien eraan?” Een haag kost immers ruimte, tijd en energie. “Ik heb ook weidevogelland. Daar krijg ik een vergoeding voor, maar dat is geen verdienmodel.” Toch ziet hij maatschappelijke winst. “We kunnen beter een natuurgebiedje weghalen, overal hagen planten en melkveehouders een paar centen geven om ze te onderhouden. Dan doen we veel meer voor de biodiversiteit.”
Tekst: Esmee Groot Roessink
Beeld: Woudstra’s Pleats




