De eerste 1.000 voorjaarskuilen van 2026 die zijn geanalyseerd door Eurofins Agro Testing bevatten een extreem hoog suikergehalte. Gemiddeld bevatten de kuilen 161 gram suiker per kilogram droge stof. De gemiddelde voederwaarde ligt op 988 VEM. Volgens Eurofins zijn deze gehaltes te verklaren door de uitzonderlijk zonnige en droge weersomstandigheden in april. Na regenval in mei nam de grasgroei toe, terwijl de suikergehaltes in vers gras afnamen. De analyses laten ook veranderingen zien in eiwitwaarden en de verhouding tussen DVE en OEB.
Volgens Eurofins zorgden de vele zonuren en het uitblijven van neerslag in april voor extreem hoge suikergehaltes in gras. Vooral in de tweede helft van de maand was het weer langdurig zonnig, terwijl de nachten relatief koud bleven. Daardoor werden eind april in versgrasmonsters suikergehaltes van gemiddeld 220 tot 230 gram per kilogram gemeten. Door het droge weer was de mineralisatie in de bodem relatief laag en viel de grasgroei in april ook wat tegen. Deze weersomstandigheden zijn terug te zien in de resultaten van de eerste voorjaarskuilen, die grotendeels eind april zijn ingekuild.
“Vroege eerste snede is krachtvoer”
De gemiddelde voederwaarde van de onderzochte kuilen bedraagt 988 VEM. Dat ligt hoger dan in 2025, toen gemiddeld 961 VEM werd gemeten. Volgens Eurofins hangt dit samen met een hogere verteerbaarheid en een lager aandeel celwanden. Daarnaast bevat het kuilgras gemiddeld 161 gram suiker per kilogram droge stof, tegenover 107 gram een jaar eerder.
Het totale eiwitgehalte komt uit op gemiddeld 163 gram per kilogram droge stof. Dat is iets lager dan in 2025. Eurofins wijst erop dat de combinatie van een hoge voederwaarde en een hoog suikergehalte gevolgen kan hebben voor de samenstelling van het rantsoen. Het bedrijf stelt hierover: “Door de zeer hoge voederwaarde en extreme suikergehaltes lijkt de vroege eerste snede meer op krachtvoer dan op ruwvoer. Het is daarom belangrijk om ervoor te zorgen dat er voldoende structuur in het rantsoen zit. Voldoende structuur zorgt voor rust en balans in de pens, zodat de hoge voederwaarde van de eerste snede optimaal benut kan worden door de koe.”
DVE stijgt, OEB daalt
De eerste voorjaarskuilen zijn volgens Eurofins gemiddeld droger dan in voorgaande jaren. De droge stof bedraagt 457 gram per kilogram, tegenover 436 gram in 2025. Daarnaast laat de analyse een hogere DVE-waarde zien van gemiddeld 67 gram per kilogram droge stof. De OEB-waarde daalt naar gemiddeld 37 gram per kilogram droge stof. Volgens Eurofins resulteert de combinatie van een hoger DVE-gehalte en een lagere OEB-waarde in een gunstigere DVE-OEB-verhouding. Het bedrijf geeft aan dat deze verhouding doorgaans positief is voor de benutting van eiwit door melkvee.
Belangrijkste cijfers op een rij
Volgens Eurofins Agro Testing kwamen de gemiddelde waarden van de eerste 1.000 voorjaarskuilen in 2026 uit op 457 gram droge stof per kilogram, 988 VEM, 67 gram DVE, 37 gram OEB en 163 gram ruw eiwit per kilogram droge stof. Het suikergehalte in de voorjaarskuilen bedroeg gemiddeld 161 gram per kilogram droge stof. Daarnaast werd een VCOS van 82,3 procent gemeten, terwijl het NDF-gehalte uitkwam op 410 gram per kilogram droge stof.
Bron: Eurofins




