Net als bij andere ziekten ontstaan klauwgezondheidsproblemen vaak vroeg in de lactatie. Tijdens het International Symposium on Dairy Nutrition afgelopen voorjaar in Wageningen legde dr. Luca Fabozzi, technisch specialist melkvee op het gebied van voeding en management bij Zinpro, uit hoe dat komt.
Minder glucose beschikbaar
Eén van de redenen van een verhoogd risico op klauwproblemen aan het begin van de lactatie heeft te maken met glucosebeschikbaarheid rond afkalven. Alle koeien, ook gezonde koeien, komen rond afkalven in een situatie waarin de vraag naar glucose hoger is dan het aanbod. Alles wat dan gebeurt, zoals activering van het immuunsysteem of ontstekingsreacties, gebruikt glucose. “Daardoor kan er minder glucose beschikbaar zijn voor weefsels en cellen die het nodig hebben, bijvoorbeeld keratinocyten, die belangrijk zijn voor de vorming en kwaliteit van klauwhoorn”, vertelt de Italiaanse melkveespecialist.
Stoffen met negatieve invloed
Rond afkalven vormt een koe ook meer ontstekingsmediatoren. Dit zijn stoffen die als het ware de hulp inroepen van de afweer bij beschadigingen of ontstekingen. “Een voorbeeld daarvan zijn cytokinen”, zegt Fabozzi. “Deze stoffen kunnen direct de cellen beïnvloeden die verantwoordelijk zijn voor de productie van klauwhoorn en de stevigheid en samenhang van het klauwweefsel.”
Meer elasticiteit in bekken, maar ook in klauw
Noodzakelijke lichamelijke veranderingen rond afkalven resulteren ook in grotere kans op klauwproblemen. Hormonen en enzymen, zoals relaxine, maken het bekkengebied van de koe elastischer, zodat het kalf geboren kan worden. “Maar diezelfde veranderingen beïnvloeden ook het ophangapparaat van de klauw. Daardoor kan het klauwbeen in het klauwkapsel iets zakken. Als dit samenvalt met veranderingen in de dikte van het vetkussen, kan het risico op zoolbloedingen en later zoolzweren worden vergroot.”
Kreupelheid begin lactatie voorkomen begint voor afkalven
Het voorkomen van klauwproblemen aan het begin van de lactatie begint volgens Fabozzi al voor afkalven.
“Allereerst is het belangrijk dat koeien rond afkalven niet te diep in de negatieve energiebalans komen. Dat betekent veel aandacht voor drogestofopname, smakelijk en vers voer en een goede pensstabiliteit. Goed transitiemanagement dus, waardoor het glucosetekort beperkt blijft.”
Het is in elke fase van de lactatie belangrijk dat koeien niet te lang staan. “Goede ligboxen, zachte en droge ligbedden, voldoende ruimte, korte wachttijden voor het melken en minder overbezetting helpen de druk op de klauwen te verlagen.”
Daarnaast moeten koeien volgen Fabozzi niet kreupel de droogstand ingaan. “Een koe die kreupel wordt drooggezet, start de volgende lactatie met een achterstand. Daarom: klauwen controleren en bekappen voor droogzetten. Nul kreupele koeien in de droogstand is ideaal.”
Een strak bekapprogramma met opvolging voor aandachtskoeien is een randvoorwaarde om kreupelheid te voorkomen. Goede stalvloeren met voldoende grip en goede hygiëne vindt Fabozzi eveneens een vanzelfsprekendheid in kreupelheidspreventie.
Tekst en beeld: Gerben Hofman



