De landelijke uitkoopregelingen voor veehouderijen beginnen zichtbaar effect te krijgen op de landbouwgrondmarkt. Vooral rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden komt meer grasland beschikbaar doordat melkvee-, varkens- en andere veehouderijbedrijven stoppen. Dat blijkt uit een analyse van het Kadaster en Wageningen Social & Economic Research.
Hoewel het aanbod van landbouwgrond toeneemt, zijn de grondprijzen vooralsnog niet gedaald. Wel verwachten de onderzoekers dat de grotere grondmobiliteit op termijn invloed kan hebben op de inrichting van het landelijk gebied en de mogelijkheden voor blijvende agrarische bedrijven.
Meer dan duizend bedrijven nemen deel
Via de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), de Lbv-plusregeling en de regeling voor kleinere sectoren hebben inmiddels ruim 1.100 veehouderijbedrijven een beëindigingsregeling toegewezen gekregen. De regelingen zijn bedoeld om de stikstofuitstoot rond Natura 2000-gebieden terug te dringen.
Bij deelname verdwijnen de productierechten en worden stallen gesloopt of krijgen een andere bestemming. De landbouwgrond blijft echter beschikbaar en kan worden verkocht, verpacht of opnieuw agrarisch worden gebruikt. Juist dat heeft volgens de onderzoekers gevolgen voor de grondmarkt.
Vooral meer grasland op de markt
Uit de analyse blijkt dat in 2024 de mobiliteit van grasland duidelijk is toegenomen binnen tien kilometer van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Met andere woorden: er wisselt meer grasland van eigenaar dan in voorgaande jaren.
Voor akkerland, snijmaïs en tuinbouwgrond zien de onderzoekers die ontwikkeling nauwelijks. Dat is logisch, omdat de beëindigingsregelingen vrijwel volledig zijn gericht op veehouderijbedrijven, waar grasland de belangrijkste grondsoort is.
Kansen voor akkerbouwers
Voor akkerbouwers kan het grotere aanbod van grasland kansen bieden om hun bedrijf uit te breiden, zeker in regio’s waar veel melkvee- of varkensbedrijven zijn gestopt.
Daarbij speelt wel mee dat vrijkomende percelen niet automatisch geschikt zijn voor akkerbouw. Bodemtype, waterhuishouding en de ligging bepalen of omschakeling interessant is. Bovendien blijft de vraag naar landbouwgrond groot, waardoor de concurrentie om beschikbare hectares hoog blijft.
Volgens het onderzoek zijn er op dit moment nog geen aanwijzingen dat de grotere beschikbaarheid van grond leidt tot lagere grondprijzen. Dat betekent dat ondernemers die grond willen aankopen waarschijnlijk nog altijd rekening moeten houden met een krappe markt.
Blijvende melkveehouders krijgen meer mogelijkheden
Ook voor melkveehouders die doorgaan, kan de grotere grondmobiliteit positief uitpakken. Extra grasland biedt mogelijkheden om het bedrijf extensiever te maken, meer ruwvoer zelf te produceren of beter te voldoen aan toekomstige eisen rond grondgebondenheid en mestplaatsing.
Vooral bedrijven in de omgeving van Natura 2000-gebieden lijken hiervan te kunnen profiteren, omdat juist daar relatief veel stoppende bedrijven zitten.
Grondprijs blijft opvallend stabiel
Ondanks het grotere aanbod zien de onderzoekers nog geen duidelijk effect op de grondprijs. De Nederlandse landbouwgrondmarkt blijft volgens het Kadaster een markt met structureel weinig aanbod en veel vraag. Hierdoor worden vrijkomende percelen doorgaans snel verkocht.
Wel constateren de onderzoekers dat akkerland binnen tien kilometer van Natura 2000-gebieden in 2024 iets minder sterk in prijs is gestegen dan akkerland daarbuiten. Zij achten het echter onwaarschijnlijk dat dit direct het gevolg is van de uitkoopregelingen.
Verandering in grondgebruik wordt gevolgd
Een belangrijke vraag is wat er uiteindelijk met de vrijgekomen landbouwgrond gebeurt. In het publieke debat wordt regelmatig gewezen op de mogelijkheid dat voormalige graslandpercelen worden omgezet naar intensievere teelten, zoals bloembollen.
De eerste analyse laat slechts beperkte veranderingen zien, al signaleren de onderzoekers wel een lichte toename van het areaal buitenbloemen in de omgeving van Natura 2000-gebieden. Volgens hen is het nog te vroeg om daar harde conclusies aan te verbinden. Vervolgonderzoek moet duidelijk maken welke bedrijven de grond kopen en hoe het grondgebruik zich de komende jaren ontwikkelt.
Bron: Kadaster




