Misschien wel de belangrijkste sparringpartner van een melkveehouder, de voeradviseur. Zonder een goed rantsoen geen gezonde koeien, en zonder gezonde koeien geen topproductie. Menig melkveehouder is het met ons eens, een goede voeradviseur moet je te vriend houden. In een recent onderzoek van het callcenter van Prosu gaf zestig procent van de melkveehouders aan een voeradviseur als belangrijkste sparringpartner te beschouwen.
Wij spraken melkveehouder Gerrit Wermink uit Ommen, één van de melkveehouders die meedeed aan het onderzoek van Prosu. Op zijn bedrijf houdt hij zo’n 55 koeien en 35 stuks jongvee. Op 34 hectare land verbouwt hij gras en daarnaast 9 hectare mais.
Gezonde koeien, praktisch voeren
Voor Wermink is een voeradviseur vooral iemand die praktisch meedenkt. “Het ruwvoer heb je al. De voeradviseur moet daarop inspelen en ervoor zorgen dat wij het voer goed kunnen bewaren en dat we daarnaast het beste uit het voer kunnen halen”, vertelt Wermink. Zelf zegt hij weinig met cijfers en procenten te hebben. “Ik ben heel praktisch ingesteld, en dat weet onze voeradviseur, Raymond Hoppen van Booijink Veevoeders, ook. Hij weet mij precies te vertellen wat ik moet voeren en hoeveel kilo krachtvoer daarbij moet.”
Die praktische benadering past bij hoe Wermink samenwerkt. “Alleen kun je zo weinig, ik ben afhankelijk van anderen en samen moeten we het doen.” Het contact met de voeradviseur wisselt per periode. Bij veranderingen in de voersamenstelling spreken ze elkaar soms meerdere keren per week, terwijl het op andere momenten een maand rustig kan zijn. “Dat contact komt van beide kanten. Als ik zie dat er iets aan de hand is trek ik zelf aan de bel, maar als hij iets opmerkt naar aanleiding van de melkcontrole dan belt hij mij.”
Samen voor de koe
Vertrouwen speelt daarin een grote rol. “Ik vertrouw mijn voeradviseur honderd procent. Dat betekent niet dat ik overal klakkeloos mee instem, maar ik houd van samenwerken.” Daarbij staat voor Wermink één ding altijd voorop: gezonde koeien. “Meer melk produceren zou ons goed passen, maar een gezonde koe vinden we nog belangrijker. Ik heb liever een paar liter minder per koe, maar dat de koe in een gezonde conditie is en tegen een stootje kan.” Volgens hem volgt de rest vaak vanzelf als de basis goed is. “Als je gezonde koeien hebt, dan heb je het meeste al gewonnen. Ik wil dat de voedingsadviseur mij zo voorlicht dat de koe er vrolijk van wordt. Als de koe vrolijk wordt, dan word ik daar vanzelf ook vrolijk van.”
Het belang van een voeradviseur
Dit onderzoek naar het belang van een voeradviseur onder Nederlandse melkveehouders is uitgevoerd door Prosu, het data- en mediabedrijf achter het vakblad Melkveebedrijf. Naast de uitgeverij beschikt Prosu over een uitgebreide database met informatie van melkveehouders in Nederland en België. Aan melkveehouders is in de interviews onder andere gevraagd om te reageren op de vraag: ‘Is uw voeradviseur uw belangrijkste sparringpartner?’. Een groep van 216 melkveehouders werkte mee aan dit telefonische onderzoek van Prosu. Op de vraag ‘Is uw voeradviseur uw belangrijkste sparringpartner?’ antwoordden 130 melkveehouders (60 procent) ‘ja’, 78 melkveehouders (36 procent) ‘nee’ en de overige 8 melkveehouders (4 procent) ‘weet niet’.

Tekst: Esmee Groot Roessink
Beeld: Gerrit Wermink




