Liesbeth Fokker en haar zoon Richard Pieterse runnen een biologisch melkveebedrijf met 67 koeien en 86 hectare grond op landgoed Eerde in Den Ham. Op hun bedrijf combineren zij natuurbeheer met melkveehouderij, uitbreiding van het melkveebedrijf is vrijwel onmogelijk door de ligging in Natura 2000-gebied Vecht en Beneden-Regge. Om die reden sloten Fokker en Pieterse zich aan bij de Extensiveringsregeling.
Sinds de verhuizing van Naarden naar Overijssel in 2005 kregen zij steeds meer te maken met beperkingen door Natura 2000 en de voorwaarden van verpachter Natuurmonumenten. “Toen we hierheen verhuisden, werd ons verteld dat we op deze locatie vrij konden boeren. We zouden probleemloos kunnen uitbreiden naar honderd koeien.” Dat werd al snel anders vanwege de natuurdoelen van Natuurmonumenten. In 2014 werd Vecht en Beneden-Regge daarnaast officieel aangemerkt als Natura 2000-gebied. “Daar liggen we middenin”, zegt Pieterse. “Bij de voorlichtingsbijeenkomst in Ommen hebben we destijds nog gevraagd wat dat voor ons als bedrijf zou betekenen, maar dat kon niemand ons duidelijk vertellen.” Inmiddels is gebleken dat alleen de bestaande bedrijfsvoering mag worden voortgezet. Uitbreiding of wijziging is vergunningplichtig. “Daar krijg je tegenwoordig buiten een Natura 2000-gebied al bijna geen vergunning voor, laat staan er ín.” Daardoor is uitbreiding of nieuwbouw volgens hen praktisch onmogelijk. “Onze bedrijfsontwikkeling staat hier stil, als jonge ondernemer weet ik niet hoe de toekomst eruitziet”, licht Pieterse toe.
64 kleine percelen en natuurregels
Het biologisch melkveebedrijf telt 67 melkkoeien, circa 20 stuks jongvee en 86 hectare grond, verdeeld over 64 kleine percelen. De ondernemers melken sinds 2017 met een melkrobot en zetten sterk in op weidegang. De Fleckvieh-Holstein-kruislingen produceren jaarrond 21 tot 22 liter melk per dag op een rantsoen dat grotendeels bestaat uit eigen gras, aangevuld met een beperkte hoeveelheid biologische krachtvoeders. Daarnaast telen Fokker en Pieterse acht hectare graan. Door de vele kleine percelen en de natuurregels voeren zij het grootste deel van het landwerk zelf uit. “Dat gaat van 0,12 tot 6 hectare, en alles ertussenin”, aldus Pieterse. Dat is enorm bewerkelijk. “Ik doe eigenlijk al het landwerk zelf, want als je voor die kleine perceeltjes de loonwerker moet laten komen, kan het nooit uit.”
De oude ligboxen- en jongveestal dateren uit de jaren zeventig en zijn volgens de ondernemers aan vervanging toe. Omdat nieuwbouw niet mogelijk is, loopt een groot deel van het jongvee vrijwel het hele jaar buiten. “We weten eigenlijk niet beter dan dat we moeten boeren met beperkingen”, zegt Pieterse. De natuurregels raken ook het dagelijkse werk. Voor het snoeien van overhangende boomtakken moeten Fokker en Pieterse eerst toestemming vragen aan Natuurmonumenten. “We worden geacht de sloten zelf te onderhouden, maar over de houtwallen mogen we niet zelf beslissen”, aldus Pieterse.
Financiële ondersteuning en kennisuitwisseling
Toen de Extensiveringsregeling in 2024 werd opengesteld, wees de boekhouder van Fokker en Pieterse hen op de mogelijkheden. De bedrijfsvoering is al jarenlang extensief ingericht en sluit daardoor goed aan bij de uitgangspunten van de Extensiveringsregeling. Samen met een buurman organiseerden zij, met ondersteuning van DLV Advies, een voorlichtingsbijeenkomst. Inmiddels nemen zes melkveehouders deel aan het samenwerkingsverband. Volgens Pieterse zit de meerwaarde niet alleen in de vergoeding van 1.680 euro per hectare, maar ook in het uitwisselen van praktijkervaring. Als biologisch bedrijf delen zij kennis over extensief boeren en het werken zonder kunstmest. “Je merkt dat je elkaar echt verder helpt in zo’n groep.” Liesbeth wijst er wel op dat de vergoeding als inkomen wordt belast. “Dat wordt nog weleens onderschat. Maar wat overblijft, is natuurlijk mooi meegenomen.”
Op het gebied van mestplaatsing voldeed het bedrijf al grotendeels aan de voorwaarden. “We mogen nu per hectare 150 kilo stikstof uit dierlijke mest gebruiken. Daarvoor hoefden we nauwelijks iets aan te passen.”
Toekomst blijft onzeker
Ondanks de regeling blijft de toekomst onzeker. Pieterse werkt naast de werkzaamheden op het melkveebedrijf enkele dagen per week buitenshuis om voldoende inkomen te realiseren. Toch blijft hij gemotiveerd. “Als ik de mogelijkheid had, zou ik meteen een nieuwe stal bouwen voor 100 tot 120 koeien. Dan heb je een toekomstbestendig gezinsbedrijf. Nu weet ik niet of ik hier over dertig jaar nog kan boeren, omdat niemand duidelijk kan maken waar we aan toe zijn. Misschien dat het nieuwe kabinet straks met duidelijkheid komt. Toch heb ik er nog steeds plezier in, ik zou ook niet wat anders willen doen.”
Tekst: Esmee Groot Roessink
Beeld: Beeldarchief Prosu B.V.




