Uit onderzoek van Royal GD blijkt dat momenteel twee verschillende typen van het ‘Shamonda-like’ virus in Nederland aanwezig zijn. De eerste variant is tot nu toe bij één rund aangetroffen. Dit type is gelijk aan het type dat in Zuid-Duitsland, Frankrijk en Zwitserland voorkomt. De tweede variant komt overeen met het type dat ook in Noord-Duitsland is gevonden. Dit type is bij meerdere runderen verspreid over Nederland vastgesteld. Daarnaast heeft GD voor het eerst het ‘Shamonda-like’ virus aangetoond in een pasgeboren kalf. Het kalf werd voor pathologisch onderzoek werd ingezonden.
Sinds de eerste berichten over diarree, koorts en melkproductiedaling bij rundvee en de bevestiging van het ‘Shamonda-like‘ virus in Nederland wordt de situatie nauwlettend gevolgd binnen de diergezondheidsmonitoring. Op basis van genetische sequencing analyses blijken de Nederlandse vondsten te behoren tot twee verschillende virusvarianten.
De eerste variant komt overeen met het type dat eerder is aangetoond in Zuid-Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Daarnaast is een tweede variant vastgesteld, die genetisch verschilt van deze eerste introductie. Deze komt overeen met het type dat ook in Noord-Duitsland wordt aangetroffen.
Onderzoeksresultaten vanuit het laboratorium laten zien dat het ‘Shamonda-like’ virus zich over een groot deel van het land heeft verspreid. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat in het merendeel van de onderzochte gevallen sprake is van de tweede variant.
De aanwezigheid van twee verschillende typen ondersteunt het beeld dat er sprake is van meerdere introducties van het virus in Noordwest-Europa. Verdere analyse en internationaal beraad met deskundigen geven hopelijk meer inzicht in de klinische en epidemiologische betekenis van beide varianten.
Eerste detectie bij een pasgeboren kalf in Nederland
Naast de circulatie van het virus onder volwassen runderen, heeft GD de tweede variant van het ‘Shamonda-like’ virus ook voor het eerst aangetoond bij een pasgeboren kalf. Het kalf werd voor pathologisch onderzoek ingezonden naar aanleiding van een klinisch beeld van sterrenkijken, zichtbare onderontwikkeling en afwijkingen aan de poten. Het virus is met PCR-onderzoek en aanvullende sequencing aangetoond in het miltweefsel van een voldragen kalf van één dag oud. Het is niet vast te stellen of er een verband is tussen het virus en de waargenomen afwijkingen aan het dier.
Deze bevinding past wel binnen de verwachting dat infecties met virussen uit de Simbu-groep, waaronder het ‘Shamonda-like’ virus, via de placenta kunnen worden overgedragen van de moeder naar de foetus en kunnen leiden tot abortus, doodgeboorte, zwakke kalveren of kalveren met aangeboren afwijkingen (aan de hersenen, wervelkolom en/of de gewrichten).
Aangeboren afwijkingen ten gevolge van deze virusinfecties komen meestal pas maanden na infectie van het drachtige moederdier aan het licht bij de geboorte van het kalf. Op basis van bevindingen uit andere landen en de kennis over verwante virussen uit de Simbu-groep, zoals schmallenbergvirus, kunnen infecties tijdens de dracht leiden tot:
- Abortus of doodgeboorte;
- Vroeggeboorte of geboorte van zwakke kalveren;
- Afwijkingen van de hersenen en het ruggenmerg;
- Misvormingen van de ledematen en gewrichten, waaronder arthrogryposis;
- Kromming van de wervelkolom.
De verwachting is dat de ernst en aard van de afwijkingen afhankelijk zijn van het moment waarop het moederdier tijdens de dracht geïnfecteerd raakt.
Monitoring blijft belangrijk
De recente bevindingen benadrukken opnieuw het belang van pathologisch onderzoek, diagnostiek en bewaken van (introductie van) opkomende infectieziekten. GD blijft de ontwikkelingen rondom het ‘Shamonda-like’ virus nauwgezet volgen in samenwerking met dierenartsen, veehouders en andere betrokken partijen.
Meldingen van afwijkende geboorten en het insturen van materiaal voor diagnostisch onderzoek leveren belangrijke informatie. Met de informatie kan de verspreiding van het virus in Nederland in de gaten gehouden worden.
Bron: GD




