De droogte van deze zomer heeft op veel plaatsen in Nederland gevolgen voor grasland. Vooral in Zeeland, West-Brabant, Limburg, Texel en de Achterhoek is veel gras verdord. Satellietbeelden van Wageningen Environmental Research (WENR) laten zien waar de droogtestress het grootst is. De schade is volgens de Groenmonitor inmiddels groter dan tijdens de droge zomer van 2022, maar nog niet zo ernstig als in recordjaar 2018.
Droogteschade in beeld
De Groenmonitor van Wageningen Environmental Research maakt de ontwikkeling van vegetatie vanuit de ruimte zichtbaar, dat meldt WUR. Satellietbeelden worden daarbij vertaald naar een groenindex. Die index geeft aan hoeveel groene biomassa aanwezig is. Hierdoor kunnen onderzoekers de ontwikkeling van vegetatie tot op perceelniveau volgen.
“Met het blote oog zien we natuurlijk dat het droog is, maar satellietbeelden laten ons zien waar de gevolgen het grootst zijn en hoe de situatie zich door de tijd ontwikkelt”, zegt WUR-onderzoeker Gerbert Roerink. “Daardoor kunnen we niet alleen regio’s vergelijken, maar ook deze zomer naast eerdere droge jaren leggen.”
Voor de analyse zijn satellietbeelden uit juni, juli en augustus gebruikt. De onderzoekers berekenden de gemiddelde groenindex van grasland binnen ongeveer 40.000 gebieden. Deze gebieden hebben vergelijkbare eigenschappen op het gebied van bodem en waterhuishouding.
Eind juni was het gras in het grootste deel van Nederland nog relatief groen. Eind juli werden de regionale verschillen duidelijker. Vooral Zeeland, Limburg en Texel hadden toen al te maken met ernstige droogtestress. In augustus nam de stress verder toe en breidde deze zich onder meer uit naar de Achterhoek, de Veluwe en West-Brabant.
Gras op Texel kleurt geel
Een graslandperceel op Texel laat de ontwikkeling van de droogteschade duidelijk zien. In juli 2024 was het perceel nog volledig groen. Dat was een jaar met ruim voldoende neerslag. In de groeicurve waren drie duidelijke dalingen zichtbaar. Deze werden veroorzaakt door maaibeurten.
Na iedere maaibeurt groeide het gras opnieuw en steeg de groenindex. Dit jaar veranderde het beeld. Na een tweede maaibeurt eind juni kwam de groei vrijwel tot stilstand. Door het gebrek aan regen kon het gras nauwelijks herstellen.
De groenindex daalde vervolgens verder. Midden juli was het bovengrondse gras op het onderzochte perceel afgestorven en geel geworden. Ook satellietbeelden uit augustus laten het verschil met eerdere jaren zien. Waar eerder groene weilanden zichtbaar waren, was nu veel verdord gras aanwezig.
Regionale verschillen in droogteschade
De regionale patronen in de Groenmonitor komen grotendeels overeen met het neerslagtekort dat het KNMI registreert. Zo is het gras in Groningen en Friesland relatief groen. In Zeeland is het neerslagtekort groter en is ook meer droogtestress zichtbaar.
De veenweidegebieden in Noord- en Zuid-Holland vallen eveneens op. Daar blijft het gras relatief groen. Volgens de onderzoekers speelt het hogere waterpeil in de sloten daarbij een rol. Daardoor blijft in deze gebieden meer water beschikbaar voor de vegetatie.
De verschillen laten zien dat droogte niet overal dezelfde gevolgen heeft voor grasland. De reactie van vegetatie hangt onder meer samen met de beschikbare hoeveelheid water en de eigenschappen van de bodem. Ook het gewas zelf speelt een rol.
2026 op tweede plaats na droogtejaar 2018
De Groenmonitor maakt het mogelijk om de huidige situatie te vergelijken met eerdere droge jaren. De onderzoekers hebben daarvoor de graslandontwikkeling in 2026 naast die van 2018 en 2022 gelegd.
Daaruit blijkt dat 2018 voor grasland nog altijd het meest extreme jaar is. In augustus was toen vrijwel overal in Nederland droogtestress zichtbaar. Ook waren de gevolgen voor het gras groter dan in de huidige zomer.
De droogtestress in 2026 is volgens de analyse wel duidelijk groter dan in 2022. Daarmee staat deze zomer voorlopig op de tweede plaats van droogste jaren voor grasland deze eeuw. Of dat zo blijft, hangt af van het weer in de komende periode. Bij aanhoudende droogte blijft de Groenmonitor de ontwikkeling van de vegetatie volgen.
Bron: WUR




