Veel graslandpercelen hebben momenteel flink te lijden onder de droogte. Dat kost dit jaar grasopbrengst, maar minstens zo belangrijk is de vraag wat de droogte betekent voor het grasland in het volgende seizoen. Volgens ruwvoerspecialist Christiaan Bondt van DLF kun je nu niet veel doen, behalve hopen op regen en beregenen als dat mogelijk is. Pas als er weer serieus regen is gevallen, kan goed worden beoordeeld hoe groot de schade werkelijk is.
“Het perceel wordt na regen vanzelf weer groen, maar de vraag is wat er dan staat”, zegt Bondt. Daarom adviseert hij om na de eerste regen het grasland goed te beoordelen. Het herstelvermogen verschilt namelijk sterk per perceel. Een grasmat van één of twee jaar oud herstelt over het algemeen gemakkelijker dan een oudere zode. Jonger gras, bijvoorbeeld op een perceel dat dit voorjaar is ingezaaid, kan juist kwetsbaarder zijn. Dit gras is vaak nog niet zo diep geworteld en daardoor gevoeliger voor droogte.
Kijk goed wat er staat
Na een droogteperiode is het volgens Bondt verstandig om letterlijk door het perceel te lopen. “Kijk goed wat er staat. Sommige grassoorten herstellen goed, terwijl andere soorten na een droogteperiode zijn verdwenen.”
Dat biedt overigens ook kansen. Straatgras en ruwbeemd behoren tot de grassoorten die bij droogte relatief snel het loodje leggen. Volgens Bondt kan 30 tot 40 procent van de onkruidgrassen tijdens een droogteperiode afsterven. In een jaar als dit helpt de natuur dus een handje mee bij de bestrijding van sommige minder gewenste grassoorten. Kweekgras is veel taaier en overleeft de droogte doorgaans wel. Bij een slechte hergroei van de gewenste grassoorten kan kweek zich bovendien verder uitbreiden.
Er zullen percelen zijn waar weinig goeds meer van over is. Opnieuw inzaaien of het perceel meenemen in de vruchtwisseling is dan de enige optie. De meeste percelen zullen zich echter redelijk herstellen, maar daarbij wel veel open plekken overhouden. Die kunnen worden gerevitaliseerd door te wiedeggen en door te zaaien. Met wiedeggen trek je onkruiden en afgestorven onkruidgrassen uit de zode en maak je ruimte voor goede grassen om zich te ontwikkelen.
Doorzaaien kan kwaliteit op peil helpen houden
Vooral oudere percelen, ouder dan vijf jaar, komen volgens Bondt in aanmerking voor doorzaaien. Dat kan relatief goedkoop en snel. Op zand- en veengrond kan met wiedeggen en enkele kilo’s graszaad een perceel worden verbeterd.
Bondt adviseert daarbij een doorzaaimengsel met tetraploïde grassoorten. Deze grassen vestigen zich volgens hem gemakkelijker en concurreren beter in de bestaande zode. Voor een goede start biedt DLF doorzaaimengsels met gecoat zaad, als extra ondersteuning tijdens de beginontwikkeling.
Doorzaaien is overigens niet alleen een maatregel voor grasland dat door droogte schade heeft opgelopen. Volgens Bondt laat onderzoek zien dat jaarlijks doorzaaien tot 10 procent extra Engels raaigrasplanten kan opleveren.
Het succes van doorzaaien hangt voor een groot deel af van de timing. Doorzaaien heeft alleen zin wanneer er voldoende vocht beschikbaar is. Het is daarom verstandig te wachten tot na de eerste regen. Dan kan tegelijkertijd worden beoordeeld hoe het bestaande gras zich herstelt en is er meer zekerheid dat het jonge gras voldoende vocht krijgt.
Ervan uitgaande dat het tegen die tijd weer regent, is september volgens Bondt een ideale periode voor doorzaaien. Het gras is dan vaak kort, de nachten worden langer en dauw zorgt voor extra vocht rond het kiemende graszaad. “Er moet echt een tijdlang voldoende regen vallen. Anders loop je het risico dat het graszaad door de dauw uit de kiemrust wordt gehaald, maar na het ontkiemen alsnog kansloos is.”
Wat je nu kunt doen: beregen als het kan
Wie grasland kan beregenen, doet er volgens Bondt verstandig aan dat ook te doen. Ook wanneer er op het bedrijf al voldoende ruwvoer op voorraad is. Het doel van beregenen is op dit moment niet zozeer om snel extra opbrengst te realiseren, maar vooral om de bestaande grasmat in leven te houden.
“Je krijgt er nu geen extra grasproductie door”, zegt Bondt. “Maar door het gras van voldoende vocht te voorzien, blijft de zode actief en houd je het bodemleven beter op gang. Daarmee voorkom je dat tijdelijke droogte uitmondt in blijvende schade aan het grasbestand.”
Zijn andere grassoorten nodig?
De toenemende droogte roept de vraag op of veehouders moeten overstappen op grassoorten die beter tegen droogte kunnen. Bondt ziet die ontwikkeling zeker, maar benadrukt dat ook bestaande grassoorten steeds beter tegen droogte kunnen. Grasrassen worden voortdurend doorontwikkeld en moeten onder steeds uitdagender omstandigheden presteren.
“Ook in het veredelingswerk wordt geselecteerd onder omstandigheden waarin hitte en droogte een steeds grotere rol spelen. Daardoor neemt de droogtetolerantie van rassen toe”, legt hij uit.
Daarnaast worden steeds vaker soorten gebruikt die van nature beter tegen droogte kunnen. Bondt noemt bijvoorbeeld rietzwenkgras en festulolium. “Daarbij geniet festulolium op dit moment de voorkeur. Festulolium, een kruising tussen rietzwenkgras en raaigras, combineert het beste van twee werelden: een betere verteerbaarheid dan rietzwenkgras dankzij de raaigrascomponent en een betere droogtetolerantie dankzij de rietzwenkcomponent.”
Ook klaver kan volgens Bondt bijdragen aan een robuustere grasmat. Door meerdere soorten te combineren, wordt de grasmat minder afhankelijk van één grassoort en kunnen verschillende soorten onder wisselende omstandigheden hun bijdrage leveren.

Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Gerben Hofman en DLF


