Het verlies van derogatie raakt veel veehouders direct in de portemonnee. Minder ruimte voor stikstof op eigen land betekent vaker mest afvoeren en extra kunstmest aankopen. Binnen het ReFarM-project is nu een belangrijke stap gezet die laat zien dat dit anders kan. Stikstof uit dierlijke mest is succesvol teruggewonnen en ingezet als kunstmestvervanger.
De kern van het probleem is bekend: het stikstofgehalte in dierlijke mest begrenst de ruimte op het land, terwijl de behoefte aan stikstof voor gewasgroei blijft. Renure biedt hier een oplossing voor. Renure staat voor REcovered Nitrogen from manURE en is een stikstofconcentraat dat uit dierlijke mest wordt herwonnen. Deze herwonnen stikstof mag als aparte meststof worden ingezet. Vanaf 2026 wordt Renure officieel toegestaan als nieuwe meststofcategorie. Dat betekent dat veehouders tot maximaal 80 kilogram stikstof per hectare uit Renure mogen toepassen. Deze hoeveelheid komt ruwweg overeen met de ruimte die door het wegvallen van derogatie verloren is gegaan.
Bewezen techniek in ReFarM
Binnen het ReFarM-project is deze stap nu ook in de praktijk gezet. Met de stripperinstallatie van Koninklijke Oosterhof Holman is stikstof uit dierlijke mest teruggewonnen via de techniek van strippen en scrubben. Het resultaat is Renure in de vorm van ammoniumsulfaat. De gemeten stikstofconcentratie in deze Renure lag rond de 2,5 procent. Technisch gezien is een hogere concentratie mogelijk, tot ongeveer 8 procent, afhankelijk van de inrichting en benutting van het systeem. Daarmee is aangetoond dat stikstofterugwinning uit mest niet alleen theoretisch mogelijk is, maar ook daadwerkelijk werkt op praktijkschaal.
Wat betekent dit op het erf?
De praktische betekenis voor veehouders zit vooral in de inzet van de herwonnen stikstof. Met Renure uit mest kunnen veehouders tot 80 kilogram stikstof per hectare benutten binnen de bemesting. Deze ruimte kan worden ingevuld met Renure, waardoor kunstmest kan worden vervangen. Doordat deze extra bemestingsruimte beschikbaar komt, vervalt in veel gevallen de noodzaak om mest af te voeren als gevolg van het verlies aan derogatie. Dat leidt tot een directe besparing op mesttransporten en het gebruik van fossiele kunstmest. Mest krijgt daarmee een andere positie binnen het bedrijf: minder een kostenpost, meer een functioneel onderdeel van de nutriëntenkringloop.
Renure en dagontmesting
Binnen ReFarM wordt Renure niet los bekeken, maar als onderdeel van een breder bedrijfsconcept. De stikstofterugwinning wordt gecombineerd met dagontmesting in de stal. Door mest snel uit de stal te verwijderen en vervolgens te behandelen, wordt niet alleen stikstof teruggewonnen, maar wordt ook gewerkt aan emissiereductie bij de bron. Het gaat daarbij om het totale systeem: het stalsysteem zelf, de Renure-installatie, de opslag van de herwonnen Renure en de opslag van de behandelde mest. Dit geheel kan bij RVO worden voorgelegd in de vorm van een projectplan.
Spelregels en borging
Bij de beoordeling van Renure gaat het om de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van het stripper-scrubbersysteem. Het moet robuust zijn in aanleg en gebruik, aantoonbaar functioneren in de praktijk en goed beheerd worden door de veehouder. Onderhoudsprotocollen en datalogging spelen daarbij een belangrijke rol. Met analyses van de geproduceerde Renure en behandelde mest kan worden aangetoond dat het systeem doet wat het moet doen. De leverancier stelt hiervoor een projectplan op en via Renuregarant wordt de kwaliteit geborgd, onder toezicht van Stichting Mestafzet. “De volgende stap is om de techniek verder op te schalen en de herwonnen Renure te laten certificeren met Renuregarant,” aldus Sietze van der Velde, Projectengineer bij Oosterhof Holman.
Richting 2026
Met deze mijlpaal laat ReFarM zien hoe stikstofemissiereductie, minder mestafvoer en vervanging van kunstmest samenkomen in één bedrijfsconcept. De succesvolle productie van Renure-ammoniumsulfaat maakt duidelijk dat 2026 geen theoretisch eindpunt is, maar een praktisch haalbaar perspectief. Voor veehouders biedt dit uitzicht op meer grip op stikstof, lagere kosten en een bedrijfsvoering waarin mest niet langer vooral een beperking is, maar een benutbare waarde.
Bron: DLV Advies




