ZTLO houdt verschillende bijeenkomsten om leden bij te praten over de stikstofbrief van het kabinet en de gevolgen voor de agrarische bedrijven.
Onder de agrarische ondernemers zijn er veel vragen over het stikstofbeleid. Tijdens de eerste bijeenkomst in het Brabantse Boekel is er door middel van interactie met het publiek duidelijk naar voren gekomen welke vragen het meest spelen bij de ondernemers. De meest voorkomende onzekerheid is het toekomstperspectief. Daarnaast is er behoefte aan duidelijkheid, vertrouwen en een werkbaar verdienmodel.
Perspectief voor de toekomst
Agrarische ondernemers hebben veel behoefte aan perspectief. Vanuit de leden van ZLTO wordt het gewaardeerd dat LTO samen met NAJK aan tafel zit. De centrale vraag is: ‘hoe kan de stikstofaanpak leiden tot herstel van de vergunningverlening én voldoende ontwikkelingsruimte voor agrarische bedrijven’.
Door verschillende rechterlijke uitspraken is voor veel agrarische ondernemers niet mogelijk om verder te ontwikkelen en de daarvoor nodige vergunning aan te vragen. Met de nieuwe aanpak van het kabinet moet er gestuurd worden op emmissiereductie. Voor 2030 ligt er een tussendoel voor een reductie van 21 tot 23 procent, maar in 2030 moet er een reductie zijn van 42 tot 46 procent ten opzichte van 2019.
De reductie moet verminderd worden op diverse vlakken. Emisies uit stallen en op het land moeten verminderen, vrijwillige bedrijfsbeëindiging en veranderingen in de grootte van de veestapel.
Volgens LTO is het van belang dat agrarische ondernemers wel de mogelijkheden moeten krijgen om de emissie te verminderen. Om dit te kunnen realiseren is het belangrijk dat er voldoende erkende technieken, vergunningen en financiële ondersteuning beschikbaar komen.
Bron: ZLTO
Beeld: beeldarchief Prosu




