“De basis voor topprestaties op het melkveebedrijf ligt in het bekijken van de koe over haar hele levenscyclus”, vertelt Izak van Engelen van ABZ Diervoeding op de Inspiratiedag in Putten. Hij onderscheidt daarbij vier fasen: de Opfokfase, Progressiefase, Managementfase en de Vervangingsfase. Binnen alle fasen spelen dagelijkse managementkeuzes een grote rol om topprestaties te behalen.
In gesprekken met melkveehouders valt het Van Engelen op dat ‘topprestaties’ geen eenduidige betekenis hebben. Waar de één stuurt op gehalten, richt de ander zich op liters of juist op gezondheid en efficiëntie. Vanuit de aanwezige melkveehouders op de Inspiratiedag klinkt de wens om “probleemloos te melken met zo min mogelijk dierziekten.” Die verschillende wensen van ‘topprestaties’ laten zien dat er niet één juiste route is naar succes, maar dat de basis wél overal hetzelfde blijft. Volgens Van Engelen ligt die basis in het kijken naar de koe als geheel, over haar volledige levensloop.
De kalveropfok
De basis wordt gelegd in de opfok, de periode vanaf de geboorte van het kalfje tot aan de vaars. Deze periode is volgens Van Engelen enorm belangrijk. “De kalveropfok is de spiegel van je bedrijf. We weten er vaak alleen te weinig van, omdat we in deze fase niet meten.”
In de Opfokfase draait alles om een goede start. Het jongveeopfokteam van ABZ Diervoeding adviseert onder andere om kalveren minimaal zeven dagen biest en opvolgende melk te verstrekken. De eerste twee biestgiften worden volledig gegeven, waarna wordt overgeschakeld op transitiemelk. “Dat betekent: eerst een halve emmer van de dikke, hoogwaardige biest, en vervolgens wordt het kalf nog zeven dagen gevoerd met melk uit de eerste en tweede melking.
De tweede melking wordt officieel niet meer als biest beschouwd, maar bevat nog wel veel vitamines en groeihormonen die in gewone melk ontbreken. Deze stoffen nemen in de eerste week geleidelijk af, maar zijn juist in die beginfase essentieel voor het kalf. “Juist die groeihormonen en vitamines zorgen voor de afrijping van de darmen van het kalf. Dat kan vervolgens weer helpen om problemen zoals crypto- en rotadiarree te voorkomen.”

De Progressiefase
In de Progressiefase — de eerste drie lactaties — draait het om het benutten van de ontwikkeling die de vaars als kalf heeft gemaakt. Vaarzen die goed afkalven, leggen de basis voor verdere groei in productie.
Om die groei te realiseren, moeten vaarzen duidelijke stappen maken: van eerste naar tweede lactatie is een stijging van ongeveer 1.500 kilogram melk gewenst, en van eerste naar derde lactatie circa 2.500 kilogram. Blijft deze vooruitgang uit, dan is er meestal een duidelijke oorzaak. Denk bijvoorbeeld aan te vette vaarzen, onvoldoende voeding, een koppel waarin het ‘recht van de sterksten’ geldt, of een overvolle stal met te weinig lig- en bewegingsruimte.
Vaarzen zijn bovendien zeer persistent in hun melkproductie, mede door de relatief hoge hoeveelheid groeihormoon. Pas vanaf de derde lactatie zijn koeien volwassen. Tot die tijd groeien ze nog, wat zich vertaalt in persistente melkproducties met hoge gehalten. Geef de jongere koeien daarom een langere wachtperiode voor de eerste inseminatie zodat je ze lang kunt doormelken.
De Managementfase
“We moeten melk in de tank hebben om boer te blijven. Toch is melk geen doel, maar eerder een gevolg”, stelt Van Engelen. De Managementfase omvat de vierde, vijfde en zesde lactatie. In deze periode leveren koeien het hoogste rendement. Van Engelen verwijst naar een uitspraak van de Amerikaanse dierenarts Gavin Staley: “Koeien in de vierde, vijfde en zesde lactatie zijn de cashcows van het bedrijf.”
De belangrijkste aandachtspunten in deze fase zijn de uiergezondheid, klauwgezondheid, vruchtbaarheid en de droogstand. Dat zijn de vier grootste redenen die bepalen of je een koe wel of niet kunt behouden. Als deze aspecten goed op orde zijn, kunnen koeien doorgroeien naar een zevende lactatie of ouder. Op veel bedrijven zie je echter dat te veel koeien de vierde of vijfde lactatie niet halen. Dat is heel jammer, want juist in deze fase geven koeien vaak de meeste melk.
Vervangingsfase
Dan ontstaat de vraag: wanneer is het juiste moment om een koe te vervangen? Hoe lang ga je door? Ga eens met een vertegenwoordiger kijken naar hoeveel saldo een koe nog opbrengt. “Het mooiste is wanneer je als veehouder kunt kiezen welke koe je wegdoet. Inzicht in het saldo helpt daarbij: het laat zien welke koe je bijvoorbeeld € 3,- per dag kost en welke juist € 15,- per dag oplevert. Dat saldo verschilt enorm per koe per dag.
Praktische knoppen voor resultaat
Dagelijkse keuzes spelen een grote rol om topprestaties te halen op het bedrijf. Zo begint volgens Van Engelen de voerstrategie al op het land: “Bij het maaien van de eerste snede moet je al bedenken hoe je het voer in de koe wil hebben.” Lichtmanagement speelt een grotere rol in melkproductie dan vaak wordt gedacht. Volgens Izak van Engelen draagt ongeveer zestien uur licht per dag bij aan een hogere voeropname en een actiever gedrag bij de koeien. Koeien zijn van nature dagdieren: het langer belichten van de stal stimuleert het vreetritme, waardoor ze meer droge stof opnemen. Dit vertaalt zich direct naar hogere melkproductie en een betere benutting van het voer.
Andere belangrijke factoren voor productie zijn onder meer:
- Maximale opname van droge stof en water
- Een juiste deeltjesgrootte van het rantsoen (circa 10 millimeter)
- Een goed gevulde pens
- Voldoende koecomfort, met nadruk op ligtijd
- Schoon drinkwater
Vooral dat laatste wordt volgens Van Engelen nog vaak onderschat. Een vervuilde drinkbak kan de wateropname beperken en daarmee direct de melkproductie negatief beïnvloeden.
Alles komt uiteindelijk samen in de keuzes die je dagelijks maakt in de stal. Van de start van het kalf tot de laatste lactatie bepaalt management het verschil. “Kijk daarom kritisch naar je eigen bedrijf: wat is mijn belangrijkste verbeterpunt? En welke fase van de levenscyclus van de koe vraagt op mijn bedrijf om extra aandacht?”, besluit van Engelen.
Tekst: Esmee Groot Roessink




