De prijs van agrarische grond in Nederland is in het tweede kwartaal van 2026 licht gestegen. De prijs ging in dit kwartaal omhoog met 6,7 procent naar 108.500 euro per hectare. Dit is 13,7 procent hoger dan de gemiddelde grondprijs in 2025. Die was 95.400 euro per hectare. Dit blijkt uit het kwartaalbericht van het Kadaster en Wageningen Social & Economic Research.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het tweede kwartaal van 2026 met zeven procent gestegen naar 123.100 euro per hectare. Dat is 15,4 procent hoger dan de prijs in 2025. Toen was het 106.700 euro per hectare.
De gemiddelde prijs van grasland is in het tweede kwartaal met 6,5 procent gestegen tot 94.600 euro per hectare. De prijs ligt in het tweede kwartaal van 2026 met 9,7 procent hoger dan de prijs in 2025. Toen was de gemiddelde prijs van grasland 86.400 euro per hectare.

Grondmobiliteit
In het tweede kwartaal is 8.400 hectare landbouwgrond verhandeld. Dat is bijna 680 hectare oftewel negen procent meer dan in hetzelfde kwartaal van 2025.
In de laatste vier kwartalen is in totaal 34.000 hectare grond in andere handen overgegaan. Dat is 760 hectare of twee procent meer dan in dezelfde periode één jaar eerder.
De relatieve grondmobiliteit over de vier laatste kwartalen kwam uit op 1,91 procent. In dezelfde periode het jaar daarvoor was dit 1,85 procent. De relatieve grondmobiliteit is het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond.

Grote verschillen in grondprijs tussen provincies
De verschillen in grondprijs per provincie zijn en blijven groot. De grondprijzen zijn het hoogst in Flevoland met gemiddeld 215.800 euro per hectare. In Friesland liggen de gemiddelde grondprijzen het laagst met 72.700 euro per hectare. In de overige provincies ligt de grondprijs tussen 92.200 euro in Groningen en 124.900 euro per hectare in Noord-Brabant.
In bijna alle provincies zijn de grondprijzen gestegen. De stijging was het hoogst in de provincie Noord-Holland met 12,5 procent, gevolgd door Overijssel met acht procent. In de overige provincies lag de stijging tussen de twee en vijf procent. In Drenthe en Flevoland was de stijging vijf procent, in Friesland, Noord-Brabant vier procent, in Groningen, Gelderland en Zuid-Holland drie procent en in Utrecht twee procent.
.In Zeeland bleef de grondprijs ongeveer gelijk en in Limburg daalde die met 3,6 procent.
Landelijke versus provinciale grondprijs
De landelijke agrarische grondprijs is in het tweede kwartaal met bijna zeven procent gestegen. Terwijl voor de grondprijs in Limburg een daling van 3,6 procent werd gemeten. Dit komt doordat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over vier kwartalen. Terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde loopt daardoor iets achter op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
Grondmobiliteit per provincie
De relatieve grondmobiliteit varieert over de vier laatste kwartalen van 1,04 procent in Flevoland tot 2,87 procent in Limburg. In vergelijking met één jaar eerder is de relatieve grondmobiliteit in negen van de twaalf provincies gestegen. Met 0,4 procentpunt was de grootste stijging in Utrecht en Limburg. In Flevoland daalde de mobiliteit met 0,2 procentpunt, en in Overijssel en Fryslân met 0,3 procentpunt.

Bron: Kadaster




