Melkveehouder Anne Kalsbeek uit Terherne melkt het hele jaar door met een laag ureumgehalte. Eén ingrediënt voert de boventoon in deze succesformule: maisvlokken. Deze vlokken bevatten veel pensenergie, waardoor eiwit uit het gras of de kuil beter wordt benut. Samen met Jarig Jan Odinga van Gebrs. Fuite vertelt hij hoe deze aanpak tot stand is gekomen.
Het melkveebedrijf van Kalsbeek heeft de afgelopen jaren een mooie groei doorgemaakt. Toen hij in 2000 terugkeerde uit Texas, na daar enige tijd te hebben gewerkt, besloot hij samen met zijn vader het bedrijf verder uit te breiden. “Toentertijd hielden we dertig koeien in een grupstal, daar verderop”, vertelt Kalsbeek. “In 2008 heb ik het bedrijf samen met mijn vrouw overgenomen en in 2014 zijn we naar deze locatie verhuisd met een 1+1-stal. Hier hadden we meer ruimte en relatief veel voerplekken tot onze beschikking, dus konden we een stuk meer koeien melken. Ook zijn we enkele jaren geleden overgegaan op robotmelken. Onlangs is de stal verder uitgebreid en is er een derde melkrobot bijgekomen.”
Tegenwoordig zijn er 150 koeien aan de melk en telt het bedrijf 90 hectare landbouwgrond, waarvan 9 hectare natuurbeheer is. Van de overige grond wordt 10 hectare ingezet voor de maïsteelt en de rest voor grasland. In de zomermaanden wordt weidegang toegepast.
Rust en stabiliteit
De melkveehouder voert liever niet al te vaak rantsoenaanpassingen door. Als de analyse van de kuil aangeeft dat dit nodig is, stuurt hij bij. Dankzij deze aanpak lag het ureumgehalte van de melk het afgelopen jaar gemiddeld op 15. Dit ging niet ten koste van het melkeiwitgehalte, dat gemiddeld op 3,60 procent lag. Hoe doet de melkveehouder dat?
“Een goede eiwitbenutting is een actueel onderwerp. Je wilt niet té laag zitten met het eiwit in het rantsoen, maar ook geen eiwit verliezen”, vertelt hij. Vorig jaar ging Kalsbeek met zijn voeradviseur Jillis Slingerland van Gebrs. Fuite hiervoor om tafel zitten. Hierbij kwam het onderwerp pensenergie ter sprake.
Stimuleren van pensenergie
“Een goede melkproductie begint bij een goed werkende pens. Daar worden immers de melkgehalten gevormd. En met de juiste ingrediënten in het rantsoen kun je de pensenergie stimuleren, wat zorgt voor een betere eiwitbenutting”, legt Jarig Jan Odinga, sectormanager melkvee bij Gebrs. Fuite uit. “Als je bijvoorbeeld maismeel voert, geef je wel zetmeel, maar wordt slechts vijftig procent hiervan in de pens afgebroken. Dit kan vervolgens in de darmen worden verteerd, maar draagt niet meer bij aan het verhogen van de pensenergie. Maar wanneer je kiest voor maisvlokken, dan wordt het eiwit uit het rantsoen zo goed mogelijk benut, zowel uit het stalrantsoen als uit gras.”
Begin dit jaar besloot Kalsbeek maisvlokken aan het rantsoen van de melkkoeien toe te voegen. Deze vlokken worden door Gebrs. Fuite zelf gemaakt. Tijdens ons bezoek ligt het ureumgehalte van de melk op 17. “Dat komt doordat we de koeien een groot deel van de dag laten weiden. Veranderende weersomstandigheden zorgen voor een wisselend aanbod in eiwit. We verwachten dat dit gehalte snel weer zal gaan zakken.” Daarnaast krijgen de melkkoeien op stal een gemengd zomerrantsoen aangeboden. De melkveehouder somt op: drie kilogram maisvlokken plus eiwit, zestien kilogram kuilgras uit de eerste snede en acht kilogram aardappelen. Uit de maiskuil krijgen de koeien veertien kilogram en zeven kilogram graskuil komt van een andere locatie. In de winter worden de gehalten in het rantsoen iets opgeschroefd. Ook wordt brok aangeboden in de melkrobots.

Voerveranderingen vermijden
Wat betreft bemesting kiest Kalsbeek voor een standaardaanpak: drijfmest plus KAS op de percelen zonder beweiding en enkel KAS op de percelen met beweiding. Daarnaast past hij geen speciale grasrassen toe om het eiwitgehalte te sturen. “Ik ben van mening dat voerveranderingen vermijden het belangrijkste is voor een laag ureumgehalte. Dat doen we alleen wanneer het nodig is, maar niet al te vaak om de dieren goed aan de melk te houden.” Odinga vult aan: “Het kost tijd om de pens aan te laten passen aan een nieuw rantsoen. En in die tijd worden voedingsstoffen minder goed opgenomen, dus dat wil je niet.”
Gezonde koeien
Een laag ureumgehalte is meer dan alleen een gehalte op het tankoverzicht. Het staat voor een stabiele bedrijfsvoering en constant rantsoen over een langere termijn. Daarnaast legt overmatig eiwit voeren druk op de gezondheid van de koe, doordat overtollig eiwit door de lever en de nieren moet worden uitgescheiden. Met een ureumgehalte dat consequent lager ligt dan het landelijk gemiddelde lijkt dit op het bedrijf van Kalsbeek in ieder geval goed voor elkaar te zijn.
Potentie in de dieren
Met een extra melkrobot in de stal verwacht Kalsbeek dat in de komende weken het aantal liters melk nog wel zal gaan stijgen. “Met de uitbreiding van de stal en veestapel was de druk op de melkrobots de laatste tijd wat hoog, maar in de eerste drie weken met de nieuwe melkrobot is het aantal melkingen al van 2,2 naar 2,9 gegaan”, vertelt hij trots. En met zijn passie voor fokkerij heeft de melkveehouder veel potentie in de dieren ontwikkeld. “Onze koeien zien er niet uit als propjes, maar zijn functionele melkkoeien”, aldus Kalsbeek. “Ieder jaar een honderdtonner en excellente koe erbij is mijn doel.”

Tekst en beeld: Kim Sjoers




