De grasopbrengst op de vijftien Koeien & Kansen-bedrijven lag in 2025 gemiddeld lager dan een jaar eerder. Tegelijkertijd nam de maisopbrengst toe. Volgens Koeien & Kansen zijn de verschillen vooral het gevolg van het warme en droge voorjaar, gecombineerd met grote regionale verschillen in neerslag. Daardoor ontwikkelden gras en mais zich niet overal op dezelfde manier. Ook verschillen in bemesting en beregening speelden op sommige bedrijven een rol.
Droog voorjaar beïnvloedt gewasgroei
De gemiddelde grasopbrengst op Koeien & Kansen-bederijven kwam in 2025 uit op 10,8 ton droge stof per hectare. Dat is ongeveer 0,9 ton minder dan in 2024 en vergelijkbaar met het niveau van 2023. Volgens Koeien & Kansen zorgde het droge voorjaar op de meeste bedrijven voor een lagere grasproductie. Toch waren er uitzonderingen. Zo realiseerde een van de bedrijven juist een hogere opbrengst, mede doordat kruidenrijk grasland beter bestand bleek tegen droge omstandigheden en er meer dierlijke mest werd uitgereden. Een ander bedrijf oogstte meer gras dankzij een vroege groei na de natte januarimaand. Ondanks de lagere grasopbrengst steeg de stikstofopbrengst van productiegrasland gemiddeld met 6 kilogram stikstof per hectare. Volgens Koeien & Kansen kwam dit vooral door een hoger ruw eiwitgehalte van het gras. De totale stikstofgift bleef vrijwel gelijk, omdat minder kunstmest werd gecompenseerd door een hogere aanvoer van stikstof uit dierlijke mest.
Regionale verschillen
De gemiddelde opbrengst van snijmais bedroeg in 2025 ongeveer 18,1 ton droge stof per hectare. Dat is circa 1,5 ton meer dan in 2024. Volgens Koeien & Kansen profiteerde de mais op veel bedrijven van de warme en zonnige omstandigheden, mits voldoende vocht beschikbaar was. Op enkele bedrijven werd daarnaast beregend, wat de groei ondersteunde. De opbrengsten verschilden echter sterk per regio. Bedrijven die in het voorjaar voldoende neerslag kregen, noteerden vaak hogere opbrengsten. Twee bedrijven hadden juist te maken met een droge start van het groeiseizoen, waardoor de maisopbrengst lager uitviel dan in 2024. De gepresenteerde cijfers hebben uitsluitend betrekking op snijmais. Op bedrijven waar ook MKS wordt geteeld, zijn die opbrengsten niet in de berekeningen opgenomen.
Bron: Koeien & Kansen




