Op het rundveeseminarie van de Agridagen in Ravels vertelden twee melkveehouders over hun aanpak van graslandmanagement: Job van de Water uit Arkel en Phille Renders uit Rijckevorsel. Beide ondernemers richten zich op het maximaliseren van het rendement uit gras, elk op hun eigen manier.
In Arkel melkt Job van de Water zo’n 80 koeien op 44 hectare zware rivierklei, aangevuld met 40 schapen. Het bedrijf draait volledig op gras, met een combinatie van regulier grasland en natuurpakketten. Recent kwam er 10 hectare natuurlijk grasland bij. Van de Water was vorig jaar finalist Beste Graslandboer. Naast melkveehouder is hij ook rundveespecialist bij De Heus Voeders.
Van de Water legt uit hoe hij het grasland onderhoudt: “Je kunt het grasland eens in de vijf jaar omploegen en opnieuw inzaaien. Wij kiezen ervoor om 2 à 3 keer per jaar te wiedeggen en door te zaaien. Zo houden we de zode gesloten en vitaal. Doel: zoveel mogelijk vitale grassprieten per vierkante meter.”

Goed omgaan met mest is ook doorslaggevend voor de graslandkwaliteit. Drijfmest wordt bij Van de Water via een sleepslangcombinatie uitgereden om bodemdruk te beperken, en wordt 1-op-1 met water verdund om ammoniakemissie te verminderen. Met 16 maanden mestopslag kan de mest optimaal in het voorjaar worden benut.
Meten is cruciaal. Van de Water laat grond-, mest- en kuilmonsters nemen. Zo heeft hij in beeld wat er in de grond zit, wat erin gaat, wat hij er heeft afgehaald en waar hij moet bijsturen. “Zo werken we aan een zo hoog mogelijk saldo per koe per dag. Saldo per liter melk zegt me niet zoveel. Je kunt een hoog saldo per liter hebben, maar als je weinig liters in de tank hebt zitten, schiet het alsnog niet op.”
Grasland en ruwvoer bij Phille Renders
Phille Renders melkt 170 koeien op 90 hectare grond, waarvan 40 hectare gras. Ook hier ligt de focus op gras: zoveel mogelijk eigen ruwvoer benutten.
Voor Renders is goed inkuilen essentieel. “Inkuilen kost massa’s geld. Dan mag je kritisch zijn.” Belangrijk voor Renders is dat de deeltjeslengte van het gehakselde gras kort is en dat de kuil keihard wordt aangedrukt, met nadien een dikke laag zand erover. De melkveehouder streeft naar 45 procent drogestof bij gras. Goed uitkuilen is volgens de melkveehouder ook doorslaggevend voor een goede voeropname. In een samenwerkingsconstructie met de buurman heeft hij een zelfrijdende voermengwagen die uitblinkt in het strak houden van de kuilwand.
Door minder bemesting is de kwaliteit van het ruwvoer de afgelopen jaren iets gedaald, maar de koeien moeten hiermee toch hun drogestof opnemen. Renders rekent jaarlijks het voersaldo door om te kijken hoe het ruwvoeraandeel optimaal kan worden ingezet en waar eventueel losse grondstoffen kunnen worden bijgegeven.
Focus op de basis
Beide ondernemers benadrukken dat het succes van hun bedrijven begint bij de basis: een gezond, vitaal grasland. Door consequent te meten, gericht te onderhouden en zorgvuldig in te kuilen, halen ze het maximale uit hun grasland, waardoor zowel koeien als bedrijf profiteren.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV en Gerben Hofman




