Sinds 2018 nemen Nederlandse melkveebedrijven deel aan programma’s voor de bestrijding van IBR en BVD via ZuivelNL. Jaarlijks wordt de voortgang gemonitord. Nieuwe cijfers over 2025 en begin 2026 laten zien dat veel bedrijven een gunstige status hebben bereikt. Tegelijkertijd vertraagt de vooruitgang en zijn er signalen dat het aantal IBR-uitbraken toeneemt.
Sinds de start van de aanpak neemt het merendeel van de melkveebedrijven deel aan de bestrijdingsroutes. Begin 2026 had 91,1 procent van de bedrijven een BVD-vrijstatus en 57,4 procent een IBR-vrijstatus. Daarnaast had 27,3 procent een IBR-onverdachtstatus. Volgens Royal GD heeft daarmee bijna 85 procent van de bedrijven een gunstige uitgangspositie voor IBR. Dit aandeel is bovendien gestegen met 2,2 procentpunten ten opzichte van begin 2025.
Toename IBR-omslagen
Tegelijkertijd zijn er minder gunstige ontwikkelingen zichtbaar bij IBR. In 2025 werden meer IBR-omslagen vastgesteld dan een jaar eerder. Het ging om 26 bedrijven met een vrije status en 45 bedrijven met een IBR-onverdachtstatus. Volgens Royal GD hangt dit in veel gevallen samen met de overgang van vaccinatie naar tankmelkonderzoek.
Bij ongeveer twee derde van de onverdachte bedrijven is waarschijnlijk geen sprake van actieve viruscirculatie. De uitslagen kunnen beïnvloed worden doordat het aantal dieren met antistoffen rond de testgrens ligt. Daarnaast werden vooral in het laatste kwartaal van 2025 meer uitbraken op vrije bedrijven vastgesteld, en deze ontwikkeling zet zich voort in 2026. Regionale clusters zijn daarbij niet gevonden.
Daling infecties bij BVD
Bij BVD is het beeld stabieler en licht verbeterd. Het aantal vrije bedrijven met een infectie-indicatie daalde van 138 in 2024 naar 112 in 2025. Ook het percentage bedrijven met een omslag neemt licht af en vertoont al langere tijd een afvlakking.
Volgens Royal GD geven de gevonden aantallen dragers een indicatie van de voortgang, ondanks dat niet alle runderen worden getest. In 2024 werden 407 dragers gevonden op 111 bedrijven. In 2025 daalde dit naar 392 dragers op 83 bedrijven. Daarbij speelde één bedrijf een opvallende rol, omdat een grote uitbraak daar verantwoordelijk was voor ongeveer een vijfde van het totaal aantal dragers. Net als bij IBR zijn er geen clusters van uitbraken vastgesteld.
Tekst: Esmee Groot Roessink

