Het kabinet heeft vanmiddag het langverwachte nieuwe maatregelenpakket gepresenteerd om Nederland van het stikstofslot te halen en de vergunningverlening weer op gang te brengen. De maatregelen moeten volgens de overheid zorgen voor meer duidelijkheid voor veehouders, herstel van natuur en ruimte voor bouw, infrastructuur en andere economische activiteiten. Er komen de komende jaren nogal wat nieuwe regels en ondersteuningsmaatregelen aan voor veehouders.
Het kabinet trekt in totaal 20 miljard euro uit om de stikstofaanpak vlot te trekken. Een belangrijk deel daarvan is bedoeld om veehouders te ondersteunen bij aanpassingen op het bedrijf, extensivering, omschakeling of vrijwillige beëindiging.
Dit geeft de nodige vraagtekens en uitdagingen. Zijn de aangekondigde normen in de praktijk haalbaar, betaalbaar en juridisch houdbaar? Gebiedsgerichte maatregelen, grondgebondenheid en extensivering grote gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, grondpositie en toekomstwaarde van bedrijven.
Bedrijfsnormen voor stikstofemissie
Een belangrijk onderdeel van het pakket is de invoering van doelen op bedrijfsniveau. Veehouders krijgen daarmee een norm waarbinnen zij zelf kunnen sturen op het verlagen van hun stikstofemissie.
Voor de melkveehouderij is al een norm genoemd: in 2035 mag de ammoniakemissie maximaal 0,164 kilo ammoniak per fosfaatrecht bedragen. Voor de varkenshouderij, pluimveehouderij en kalverhouderij worden de normen begin 2027 bekendgemaakt.
Volgens het kabinet worden de normen gebaseerd op wat veehouders met de best beschikbare technieken redelijkerwijs op hun bedrijf kunnen bereiken. Daarbij wordt onder meer gekeken naar aanpassingen in de stal, voermaatregelen en andere emissiereducerende technieken.
Voor investeringen in onder meer stallen en voer stelt het kabinet 2 miljard euro beschikbaar. Probleem is wel dat veehouders pas kunnen investeren als duidelijk is welke technieken worden erkend, welke emissiereductie daaraan wordt gekoppeld en of vergunningen daarna ook daadwerkelijk standhouden. Zonder voldoende juridische zekerheid bestaat het risico dat ondernemers grote bedragen investeren in maatregelen die later onvoldoende blijken voor vergunningverlening of voor het halen van de bedrijfsnorm.
Gevolgen voor melkveehouders
Voor melkveehouders is het pakket concreter dan voor bijvoorbeeld varkenshouders. Naast de norm van 0,164 kilo ammoniak per fosfaatrecht in 2035 komt er ook een grondgebondenheidsnorm. Het kabinet wil toewerken naar een norm van 2,6 GVE per hectare.
Daarbij wordt ruimte genoemd voor samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers. Dat kan vooral van belang zijn voor melkveebedrijven die zelf onvoldoende grond hebben, maar via samenwerking toch willen voldoen aan de grondgebondenheidseis.
De maatregel kan grote gevolgen hebben voor intensievere melkveebedrijven. Zij kunnen te maken krijgen met de noodzaak om te extensiveren, extra grond te verwerven, samenwerkingen aan te gaan of de veestapel aan te passen.
Vanuit landbouwperspectief is de vraag of hiervoor in de praktijk voldoende grond beschikbaar en betaalbaar is. In regio’s met hoge gronddruk kan extensivering moeilijk uitvoerbaar zijn zonder forse economische gevolgen. Ook samenwerking met akkerbouwers biedt niet voor ieder bedrijf een oplossing, omdat regionale beschikbaarheid van grond en mestplaatsingsruimte sterk verschilt.
Extra maatregelen rond kwetsbare natuur
Rond ongeveer 100 stikstofgevoelige natuurgebieden komen naar verwachting aanvullende zones. Voor circa 15 gebieden wordt gedacht aan een zone van 1.000 meter. Rond de andere gebieden gaat het om zones van 500 meter.
Binnen deze zones komen extra maatregelen om verdere verslechtering van natuur, water- en bodemkwaliteit te voorkomen. Volgens het kabinet blijft er ruimte voor extensieve landbouw, maar voor bedrijven in deze gebieden kunnen de gevolgen ingrijpend zijn.
Voor veehouders in deze zones wordt gewerkt aan een ondersteuningspakket. Daarin worden onder meer genoemd: herwaardering van landbouwgrond, een regeling voor extensieve bedrijfsvoering en ondersteuning bij omschakeling naar biologische landbouw. Hiervoor is 9 miljard euro beschikbaar. Probleem hierbij is wel dat bedrijven in of nabij deze zones mogelijk zwaarder worden geraakt dan bedrijven elders, terwijl zij niet altijd eenvoudig kunnen verplaatsen, extensiveren of omschakelen. De vraag is of financiële ondersteuning voldoende is om verlies aan verdiencapaciteit, waardedaling van grond of beperkingen in bedrijfsontwikkeling volledig op te vangen. Ook de omschakeling naar biologische landbouw is niet zomaar geregeld. Hoewel het kabinet de vraag naar biologische producten wil stimuleren en daar ook de supermarkten een rol in toebedeeld heeft, is het maar de vraag hoe dit uit zal pakken.
Vergunningverlening moet weer op gang komen
Het kabinet wil met het pakket de vergunningverlening weer juridisch beter onderbouwen. PAS-melders krijgen daarbij prioriteit. Het pakket moet volgens het kabinet helpen om handhavingsverzoeken te voorkomen en legalisatie mogelijk te maken.
Ook wil het kabinet zo snel mogelijk een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens invoeren. Activiteiten met een zeer beperkte stikstofneerslag zouden dan geen vergunning meer nodig hebben. Dat is vooral relevant voor projecten met een kleine stikstofimpact, maar kan ook voor agrarische bedrijven van belang zijn bij aanpassingen of verduurzaming.
Daarnaast blijft salderen een instrument dat kan bijdragen aan het vergunnen van nieuwe projecten.
Voor veehouders is vooral van belang hoe snel deze onderdelen juridisch worden uitgewerkt. De sector heeft de afgelopen jaren ervaren dat beleid pas waarde heeft als vergunningen ook daadwerkelijk worden verleend en juridisch overeind blijven. Zolang die zekerheid ontbreekt, blijft terughoudendheid bij investeringen waarschijnlijk.
Spannende tijden breken aan
We hebben als sector lang op berichtgeving van het ministerie gewacht. Premier Jetten zei eerder al dat de plannen van de regering de nodige hoofdbrekens zouden geven bij tal van boerengezinnen. Daar is niets aan gelogen. De aankondiging van vandaag geeft richting, maar voor veehouders begint nu pas de fase waarin de plannen echt concreet moeten worden. De komende maanden en jaren komt er veel op de sector af. Vooral voor varkenshouders blijft het voorlopig onzeker waar zij precies aan toe zijn, omdat hun normen pas begin 2027 worden verwacht. Melkveehouders krijgen eerder duidelijkheid, maar ook voor hen kunnen de gevolgen groot zijn. Cruciaal wordt of de maatregelen niet alleen politiek worden vastgesteld, maar ook juridisch standhouden en in de praktijk uitvoerbaar en betaalbaar blijken.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Beeldarchief Prosu BV




