De zomerperiode vraagt extra aandacht voor melkvee, met name voor dieren rond het afkalven. Hittestress, een wisselende voeropname en de hoge energievraag in de vroege lactatie kunnen samen leiden tot een negatieve energiebalans. Waar kun je op letten om koeien gezond de zomer door te laten komen en een negatieve energiebalans te voorkomen?
Hittestress bij droge koeien
Droge koeien reageren gevoelig op hittestress, omdat in deze fase verschillende fysiologische processen tegelijk plaatsvinden. De uier herstelt, het ongeboren kalf groeit en het hormonale systeem bereidt zich voor op de afkalving. De juiste temperatuur en ventilatie zijn erg belangrijk voor het welzijn van de koe en haar voeropname. In stallen kan ventilatie worden verbeterd door ventilatoren te richten op ligplaatsen. Daarnaast helpt het beperken van warmteopbouw in potstallen door tijdig uitmesten. Voorkom daarnaast directe zoninval door lichtdoorlatende dakdelen af te schermen.
Zorg daarnaast voor een ruim aanbod van drinkmogelijkheden. Het uitgangspunt daarbij is minimaal 10 cm drinkbaklengte per koe en minstens twee drinkplekken per groep. Bij een TMR-rantsoen loont het om water in het rantsoen te laten zitten. Het verwijderen van water vermindert de opname en verhoogt de kans dat koeien selectief gaan eten. Verder kan de kwaliteit van het rantsoen onder warme omstandigheden sneller achteruitgaan. In dat geval kan een broeiremmer worden overwogen.
Droogstandrisico’s in beeld brengen
Wanneer meerdere koeien in korte tijd afkalven, neemt de druk op huisvesting en verzorging toe. Het is daarom relevant om risico’s vooraf in kaart te brengen. Koeien met bestaande klauwproblemen starten minder goed na afkalven. Laat deze koeien daarom vóór de droogstand bekappen.
Controleer ook de conditie van de koeien. Een Body Condition Score van 3 tot 3,5 bij droge koeien is wenselijk. Een te hoge lichaamsconditie (een Body Condition Score boven de 3,5), vergroot het risico op leververvetting.
Daarnaast is huisvesting een bepalende factor. Zorg dat elke koe een lig- en eetplek heeft, zeker bij grotere afkalfgroepen. Tijdelijke voorzieningen kunnen oplossing bieden bij gebrek aan ruimte. Denk aan het ombouwen van een kapschuur tot strohok.
Rust en ruimte rond afkalven
Rust, hygiëne en voldoende ruimte zijn daarbij belangrijke uitgangspunten bij het afkalfen. Een rustige en schone omgeving helpt om stress te beperken. Daarnaast is het van belang dat koeien voldoende ruimte hebben om te liggen en op te staan zonder belemmering. Houdt daarbij minimaal 10 m² per koe aan. Zorg verder voor voldoende ventilatie, vooral bij hogere temperaturen.
Na het afkalven is directe toegang tot schoon drinkwater belangrijk. Koeien moeten eenvoudig kunnen drinken om herstel en voeropname te ondersteunen. Open drinkbakken zijn hiervoor het meest geschikt. Voorkom daarnaast abrupte wijzigingen in het rantsoen door het droogstandsrantsoen tot aan het moment van afkalven te blijven geven.
Pens en opstart
Rust en de juiste voeding is de basis van een succesvolle start. In deze fase is het belangrijk dat koeien zonder stress kunnen vreten, houd de opstartgroep daarom onderbezet. Overbezetting kan leiden tot competitie aan het voerhek. Daarnaast is de balans in het rantsoen van belang. De juiste balans tussen energie, aminozuren en bufferende componentenzijn belangrijk voor een stabiele pensfunctie,
Ook wateropname blijft een basisvoorwaarde. Het uitgangspunt blijft daarbij minimaal 10 cm drinkbaklengte per koe en minstens twee drinkplekken per groep.
Kijken, meten, bijsturen
Monitoring van koeien in de overgangsperiode helpt om tijdig bij te sturen. Door in de eerste weken na afkalven goed te observeren, krijg je snel inzicht in hoe de opstart verloopt. Denk aan signalen zoals pensvulling, mestconsistentie en het algemene gedrag van de koe.
Vlak na het afkalven, tussen dag 5 en 12, is het slim om de pensvulling, meststructuur, vacht en ooguitdrukking extra in de gaten te houden. In een later stadium, rond dag 30 tot 60 na het afkalven, verschuift de aandacht naar lichaamsconditie, klauwgezondheid en mestkwaliteit.
Daarnaast kunnen MPR-gegevens worden gebruikt om trends te herkennen binnen een koppel. Afwijkingen tussen verse koeien en de rest van de groep kunnen duiden op verschillen in opstartkwaliteit. Ook signalen zoals verhoogde ketose-indicaties of afwijkende vet-eiwitverhoudingen in melk kunnen inzicht geven in de energiebalans.
Bron: Agrifirm




